Hoge Raad verlaagt gevangenisstraf door trage cassatieprocedure — HR:2026:490
strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Eiser / verzoeker
verdachte (geboren 1972)
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf van twintig naar negentien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de overige cassatiemiddelen worden verworpen.
- Alle cassatiemiddelen van de verdachte worden verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO zonder nadere motivering
- De cassatieprocedure duurde meer dan twee jaar, waardoor de redelijke termijn van artikel 6 EVRM is overschreden
- Overschrijding van de redelijke termijn leidt ambtshalve tot strafvermindering, ook als de inhoudelijke klachten falen
- De gevangenisstraf wordt verminderd van twintig naar negentien maanden
Samenvatting
Een verdachte die door het gerechtshof Den Haag was veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf, krijgt die straf alsnog iets verlaagd door de Hoge Raad. Niet omdat zijn cassatieklachten doel troffen, maar omdat de procedure bij de Hoge Raad te lang heeft geduurd.
De verdachte, geboren in 1972, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof Den Haag van september 2023. Zijn advocaat D.N. de Jonge diende meerdere cassatiemiddelen in. De Hoge Raad beoordeelde alle klachten, maar verwierp ze zonder uitgebreide motivering: de zaken leenden zich niet voor beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, een standaardgrond op basis van artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Toch greep de Hoge Raad ambtshalve in. Tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak verstreken meer dan twee jaar. Dat is langer dan de redelijke termijn die het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voorschrijft voor een eerlijk proces. Overschrijding van die termijn moet worden gecompenseerd, en dat gebeurt in strafzaken doorgaans door de opgelegde straf te verminderen.
De advocaat-generaal had in zijn conclusie al aangestuurd op precies deze uitkomst: vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de straf, met vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgde die lijn volledig. De gevangenisstraf van twintig maanden werd teruggebracht naar negentien maanden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10089, Rechtbank Amsterdam, 16-12-2025, 71/399889-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4552, Rechtbank Noord-Nederland, 04-11-2025, 18.400825.24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7490, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-10-2025, 02-041168-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19757, Rechtbank Den Haag, 28-10-2025, C/09/693692/ KG RK 25-1466
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03787
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:490