Hoge Raad vernietigt uitspraak over antidumpingrechten — HR:2026:493
antidumpingrechten / douanerecht / cassatie belastingkamer
Eiser / verzoeker
[X] S.A.S. (belanghebbende)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Financiën
Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt de hofuitspraak en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam; de Staatssecretaris moet € 548 griffierecht en € 934 proceskosten vergoeden.
- Cassatiemiddel slaagt op gronden uit het arrest van dezelfde datum in zaak 22/04802 (ECLI:NL:HR:2026:389)
- Uitspraak Gerechtshof Amsterdam vernietigd wegens ondeugdelijke beoordeling van de antidumpingrechten
- Zaak terugverwezen naar Gerechtshof Amsterdam voor nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest
- Proceskosten gehalveerd vanwege samenhang met zaak 22/04802; vergoeding vastgesteld op € 934 plus griffierecht € 548
Samenvatting
Een Frans bedrijf, aangeduid als [X] S.A.S., vocht met succes in cassatie tegen uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten die de Nederlandse belastingdienst aan het bedrijf had opgelegd. De zaak draait om de vraag of die betalingsverplichtingen terecht waren uitgevaardigd.
Het bedrijf had eerder beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Holland en vervolgens hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Beide keren ving het bot. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde in november 2022 in het nadeel van het bedrijf, waarna het de stap naar de Hoge Raad zette.
De Hoge Raad volgt in deze zaak de redenering uit een arrest dat op dezelfde dag is gewezen in een nauw verwante zaak (nummer 22/04802). De inhoud van dat arrest is doorslaggevend: de Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam niet in stand kan blijven. Wat precies de juridische gronden zijn die in de verwante zaak zijn uitgewerkt, wordt in dit arrest niet herhaald — de Hoge Raad verwijst simpelweg naar die andere uitspraak.
De zaak wordt nu teruggestuurd naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe inhoudelijke behandeling. Het hof moet daarbij rekening houden met de overwegingen van de Hoge Raad. De overige cassatieklachten die het bedrijf had aangevoerd, hoeven niet meer besproken te worden nu het hoofdmiddel al slaagt.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten. Omdat deze zaak samenhangt met de verwante zaak met nummer 22/04802, wordt de vergoeding voor rechtsbijstand gehalveerd. De Hoge Raad kent het bedrijf een vergoeding toe van € 934 aan proceskosten en vergoedt het betaalde griffierecht van € 548.
Betrokken advocaten
mr. G.J. van Slooten
eiser
mr. M.J.T. van der Knaap
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Hoge Raad: geïmporteerde fietsen zijn van Chinese, niet Cambodjaanse oorsprong
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1732, Hoge Raad, 21-11-2025, 22/02347
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1329, Hoge Raad, 19-09-2025, 22/04106
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2024:1886, Hoge Raad, 20-12-2024, 22/01361
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
22/04803
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:493