Hoge Raad staakt strafzaak na overlijden verdachte — HR:2026:496
verval strafvordering door overlijden verdachte
Eiser / verzoeker
verdachte (geboren 1973, overleden 30 augustus 2025)
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van hof en rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens het overlijden van de verdachte.
- Verdachte overleed op 30 augustus 2025 tijdens de cassatieprocedure
- Op grond van artikel 69 Sr vervalt het recht tot strafvordering bij overlijden van de verdachte
- De Hoge Raad vernietigde zowel het arrest van het hof als het vonnis van de rechtbank
- Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging
Samenvatting
Een lopende strafzaak bij de Hoge Raad is definitief beëindigd nadat de verdachte tijdens de cassatieprocedure is overleden. De Hoge Raad vernietigde zowel het arrest van het gerechtshof Amsterdam als het vonnis van de rechtbank Amsterdam, en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
De verdachte, geboren in 1973, had cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 augustus 2023. Zijn advocaat H.C. Meijer had namens hem een schriftuur ingediend. Advocaat-generaal Aben had aanvankelijk geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak alleen wat betreft de opgelegde taakstraf. In een aanvullende conclusie van maart 2026 veranderde hij echter koers en concludeerde hij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.
De reden voor die koerswijziging bleek bepalend voor de uitkomst: uit een gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam was gebleken dat de verdachte op 30 augustus 2025 was overleden. Daarmee verviel op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering van rechtswege.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde alle eerdere uitspraken in de zaak. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, waarmee aan de strafzaak definitief een einde kwam zonder inhoudelijke beoordeling van de cassatiemiddelen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:4986, Rechtbank Midden-Nederland, 18-09-2025, UTR 24/7621
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4729, Rechtbank Midden-Nederland, 29-08-2025, 11767937 \ MV EXPL 25-112
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:4650, Rechtbank Midden-Nederland, 25-08-2025, 16-031869-25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2665, Rechtbank Midden-Nederland, 02-06-2025, 16.031869.25 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03178
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:496