Hoge Raad vernietigt beslissing over inbeslaggenomen Volkswagen Golf — HR:2026:498
beklagprocedure inbeslagneming / verbeurdverklaring / derde-eigenaar
Eiser / verzoeker
Klager (vader, geboren 1972)
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie / Staat
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor verdere behandeling als klaagschrift ex artikel 552b Sv.
- Klaagschrift ex artikel 552a Sv moet worden omgezet naar artikel 552b Sv zodra het inbeslaggenomen voorwerp onherroepelijk verbeurd is verklaard ten laste van een ander
- Deze omzettingsplicht geldt ook als de verbeurdverklaring pas onherroepelijk wordt nadat de zaak zich al in cassatie bevindt
- De rechtbank had de zaak niet niet-ontvankelijk mogen verklaren, maar moeten doorsturen naar het bevoegde gerecht voor behandeling als artikel 552b-klaagschrift
- De Hoge Raad treedt ambtshalve op en vernietigt de beschikking zonder inhoudelijk oordeel over de eigendom van de Volkswagen Golf
Samenvatting
Een man vroeg de rechter om teruggave van een Volkswagen Golf die in beslag was genomen bij zijn zoon. De auto was op 13 maart 2024 in beslag genomen in een strafzaak tegen de zoon. De vader stelde dat de auto van hem was en diende daarvoor een klaagschrift in bij de rechtbank Oost-Brabant.
De rechtbank verklaarde de vader op 22 april 2025 niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Opvallend genoeg wees de rechtbank diezelfde dag in de strafzaak tegen de zoon ook een vonnis, waarin de Volkswagen Golf werd verbeurdverklaard. Toen het hoger beroep tegen dat vonnis in oktober 2025 werd ingetrokken, werd de verbeurdverklaring definitief.
De vader stapte vervolgens naar de Hoge Raad. Die signaleerde ambtshalve — dus zonder dat de klager dit specifiek had aangevoerd — een fundamenteel procedureel probleem. Wanneer een inbeslaggenomen voorwerp inmiddels definitief verbeurd is verklaard in een strafzaak tegen iemand anders, verandert de juridische route voor de derde-eigenaar. Zijn verzoek om teruggave moet dan niet meer worden behandeld als een gewoon beklagschrift (artikel 552a Wetboek van Strafvordering), maar als een speciaal klaagschrift voor derden die menen recht te hebben op een verbeurdverklaard voorwerp (artikel 552b Wetboek van Strafvordering).
Dat de verbeurdverklaring pas onherroepelijk werd nadat de zaak al bij de Hoge Raad lag, maakt daarbij geen verschil, zo oordeelde de Hoge Raad onder verwijzing naar eerdere uitspraken uit 1993, 2011 en januari 2026. De procedure moet worden omgezet naar de juiste wettelijke basis, en de bevoegde rechter moet de zaak dan inhoudelijk beoordelen.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en stuurde de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, die de zaak nu alsnog moet behandelen als klaagschrift in de zin van artikel 552b Wetboek van Strafvordering. Een inhoudelijk oordeel over de vraag of de vader de auto terugkrijgt, is daarmee nog niet gegeven.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:20281, Rechtbank Den Haag, 03-11-2025, 09/131466-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5478, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-09-2025, 21-002463-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6316, Rechtbank Amsterdam, 26-08-2025, 13/164453-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6129, Rechtbank Amsterdam, 29-07-2025, 1315442825
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/01759
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:498