Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2026:509Civiel Recht

Hoge Raad verwerpt cassatie in vrijheidsbenemingszaak — HR:2026:509

vrijheidsbeneming / dwangmaatregel (cassatie artikel 81 RO-afdoening)

Eiser / verzoeker

Betrokkene (verzoeker tot cassatie)

VS

Verweerder / gedaagde

Officier van Justitie in het arrondissement Midden-Nederland

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, waardoor de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 18 augustus 2025 in stand blijft.

  • Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe: klachten behoeven geen nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opwerpen
  • Cassatieklachten kunnen niet leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland
  • Officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend maar wint toch de procedure
  • Advocaat-Generaal Drijber concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep

Samenvatting

Een man uit Nederland probeerde via de Hoge Raad een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland aan te vechten. Die rechtbank had in augustus 2025 een beslissing genomen in een zaak waarbij de officier van justitie betrokken was — vermoedelijk over een maatregel tot vrijheidsbeneming of soortgelijke dwangmaatregel.

De man stelde cassatie in bij de Hoge Raad, de hoogste civiele rechter in Nederland. De officier van justitie voerde verweer noch liet zich vertegenwoordigen in de cassatieprocedure. De Advocaat-Generaal, een onafhankelijk adviseur van de Hoge Raad, concludeerde dat het beroep verworpen moest worden.

De Hoge Raad onderzocht de klachten die de advocaat van de man had ingediend, maar oordeelde dat geen van die klachten kon leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank. Omdat de zaak geen rechtsvragen opwerpt die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, hoefde de Hoge Raad zijn beslissing niet nader te motiveren. Dit is een zogenaamde artikel 81-afdoening, een standaardroute voor zaken die de Hoge Raad inhoudelijk niet behoeven uit te diepen.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland in stand blijft.

Betrokken advocaten

mr. E.F.A. Linssen-van Rossum

eiser

Advocatenkantoor Linssen - Van Rossum, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

25/04196

Procedure

Artikel 81 RO-zaken

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:509

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep bedrijf
Hoge Raad·13 mrt 2026
Civiel Recht
HR:2026:412
Hoge Raad·13 mrt 2026
Civiel Recht
HR:2026:406
Hoge Raad·13 mrt 2026
Civiel Recht
HR:2026:392
Hoge Raad·13 mrt 2026
Civiel Recht
HR:2026:363
Hoge Raad·6 mrt 2026
Civiel Recht