Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2026:512Strafrecht

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak — HR:2026:512

cassatie strafzaak / verwerping beroep artikel 81 RO

Eiser / verzoeker

verdachte (geboren 1980)

VS

Verweerder / gedaagde

Openbaar Ministerie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, waardoor het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onherroepelijk in stand blijft.

  • Cassatiemiddelen leveren geen grond op voor vernietiging van het arrest van het hof
  • Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe: geen motiveringsplicht bij afwezigheid van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling
  • Arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2024 blijft onherroepelijk in stand

Samenvatting

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen dat was ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit oktober 2024. De verdachte, geboren in 1980, had via zijn advocaat cassatiemiddelen ingediend in de hoop de uitspraak van het hof van tafel te krijgen.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten die namens de verdachte waren aangevoerd, maar oordeelde dat geen van deze klachten kon leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad maakte daarbij gebruik van zijn bevoegdheid om zonder nadere motivering uitspraak te doen: de klachten roepen geen rechtsvragen op die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat een uitgebreide toelichting achterwege kan blijven. Dit is een gebruikelijke werkwijze bij de Hoge Raad wanneer een zaak geen nieuwe juridische kwesties opwerpt.

De advocaat-generaal had eerder al geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dat standpunt. Daarmee blijft het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2024 in stand en is de strafzaak definitief afgerond.

Betrokken advocaten

mr. M. van Viegen

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/03850

Procedure

Artikel 81 RO-zaken

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:512

Bekijk op rechtspraak.nl