Hoge Raad verwerpt cassatie wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:519
niet-ontvankelijkheid cassatie wegens onbetaald griffierecht
Eiser / verzoeker
X (belanghebbende)
Verweerder / gedaagde
niet vermeld
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Digitale kennisgeving via het eigen e-mailadres van belanghebbende geldt als ontvangen op datum van plaatsing (art. 8:36c lid 2 Awb)
- Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om uitleg te geven over het uitblijven van betaling
- Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
Samenvatting
Een belastingplichtige die in cassatie ging tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag heeft zijn zaak niet inhoudelijk behandeld gekregen, omdat hij het verplichte griffierecht niet heeft betaald.
De Hoge Raad stuurde de belastingplichtige op 23 juni 2025 per aangetekende brief een herinnering aan de betalingsverplichting, met een termijn van vier weken. Uit de Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief daadwerkelijk was afgeleverd op het door de belastingplichtige opgegeven adres. Toch bleef betaling uit.
Daarop nam de Hoge Raad een tweede stap: op 22 juli 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van de belastingplichtige, met de vraag waarom het griffierecht niet was voldaan. Tegelijkertijd werd een kennisgeving gestuurd naar het e-mailadres dat de belastingplichtige zelf voor dit doel had opgegeven. Op grond van de wet wordt zo'n digitaal bericht geacht ontvangen te zijn op de dag van plaatsing — in dit geval dus 22 juli 2025.
De belastingplichtige reageerde niet op deze gelegenheid en liet ook verder niets van zich horen. Omdat het griffierecht uitbleef én er geen verklaring werd gegeven, zag de Hoge Raad geen reden om een uitzondering te maken. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard: de zaak komt daarmee inhoudelijk nooit aan de orde bij de hoogste belastingrechter.
Betrokken advocaten
mr. A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/01868
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:519