Hoge Raad wijst cassatieberoep af wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:523
niet-ontvankelijkheid cassatie / griffierecht belastingrecht
Eiser / verzoeker
[X] B.V.
Verweerder / gedaagde
niet vermeld
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Aangetekende brief geldt als ontvangen op basis van PostNL Track & Trace-gegevens
- Digitale kennisgeving via e-mail en dossierplaatsing geldt als ontvangen op de dag van plaatsing (art. 8:36c lid 2 Awb)
- Geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om uitleg te geven over het uitblijven van betaling
- Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
Samenvatting
Een vennootschap die in cassatie was gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, heeft haar eigen beroep verspeeld door het griffierecht niet te betalen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
De griffier van de Hoge Raad had de vennootschap per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Uit gegevens van PostNL bleek dat de brief op het opgegeven adres was afgeleverd. Desondanks bleef betaling uit.
Vervolgens werd de vennootschap via het digitale dossiersysteem in de gelegenheid gesteld uit te leggen waarom het griffierecht niet was betaald. Op 22 juli 2025 werd een bericht in het digitale dossier geplaatst, en tegelijkertijd werd een kennisgeving gestuurd naar het door de vennootschap opgegeven e-mailadres. De Hoge Raad neemt op grond van de wet aan dat dit bericht op diezelfde dag is ontvangen.
De vennootschap reageerde echter niet. Omdat zij noch het griffierecht betaalde, noch gebruikmaakte van de geboden mogelijkheid om een verklaring te geven, was er voor de Hoge Raad geen andere mogelijkheid dan het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Van een proceskostenveroordeling zag de Hoge Raad geen aanleiding.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/01871
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:523