Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:528
belastingrecht / niet-ontvankelijkheid cassatie wegens onbetaald griffierecht
Eiser / verzoeker
[X] (belanghebbende)
Verweerder / gedaagde
niet vermeld (belastingzaak)
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Herstelkans geboden via bericht in digitaal dossier en kennisgeving per e-mail, waarop niet is gereageerd
- Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard
- Geen inhoudelijke beoordeling van de onderliggende belastingkwestie
Samenvatting
Een belastingplichtige die in cassatie ging tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag liep tegen een procedurele hindernis op: het vereiste griffierecht werd niet betaald, waardoor de zaak inhoudelijk nooit beoordeeld kon worden.
De griffier van de Hoge Raad stuurde begin december 2025 een aangetekende brief naar het opgegeven adres van de belastingplichtige, met daarin de mededeling dat griffierecht verschuldigd was en een betalingstermijn van vier weken. Volgens de Track & Trace-gegevens van PostNL werd de brief bezorgd. Betaling bleef echter uit.
Daarop plaatste de griffier op 28 januari 2026 een bericht in het digitale dossier van de belastingplichtige, met de uitnodiging om uit te leggen waarom het griffierecht niet was voldaan. Tegelijkertijd werd een kennisgeving gestuurd naar het e-mailadres dat de belastingplichtige zelf voor dit doel had opgegeven. De Hoge Raad gaat er op grond van de wet vanuit dat dit bericht diezelfde dag is ontvangen.
De belastingplichtige reageerde nergens op — geen betaling, geen verklaring. Daarmee was het lot van het cassatieberoep bezegeld. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht moet een beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard als het griffierecht na een herstelkans nog steeds niet is betaald. De Hoge Raad verklaarde het beroep dan ook niet-ontvankelijk, zonder de onderliggende belastingkwestie inhoudelijk te beoordelen. Een veroordeling in de proceskosten achtte de Hoge Raad niet op zijn plaats.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/02706
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:528