Juristi.nl

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:529

niet-ontvankelijkheid cassatie / griffierecht belastingrecht

Eiser / verzoeker

Belanghebbende (X)

VS

Verweerder / gedaagde

Niet vermeld (belastingzaak)

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.

  • Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
  • Hoge Raad nam aan dat het digitale bericht van 28 januari 2026 dezelfde dag was ontvangen op grond van artikel 8:36c lid 2 Awb
  • Belanghebbende reageerde noch op de betalingsherinnering noch op de gelegenheid een verklaring te geven
  • Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb

Samenvatting

Een belastingplichtige die in beroep in cassatie ging tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, ziet zijn zaak stranden nog voordat de inhoud ervan werd beoordeeld. De reden: het griffierecht werd niet betaald.

De griffier van de Hoge Raad stuurde de belanghebbende eind december 2025 een aangetekende brief met de mededeling dat griffierecht verschuldigd was en dat dit binnen vier weken betaald moest worden. Volgens de gegevens van PostNL Track & Trace werd de brief daadwerkelijk afgeleverd op het door de belanghebbende opgegeven adres. Toch bleef betaling uit.

Na het verstrijken van de betalingstermijn gaf de griffier de belanghebbende nog een extra kans. Op 28 januari 2026 werd een bericht geplaatst in het digitale dossier, met de vraag waarom het griffierecht niet was betaald. Tegelijkertijd werd een kennisgeving gestuurd naar het e-mailadres dat de belanghebbende zelf had opgegeven voor digitale communicatie. De Hoge Raad gaat er juridisch van uit dat dit bericht dezelfde dag is ontvangen.

Ook op die uitnodiging reageerde de belanghebbende niet. Daarmee was het lot van de cassatieprocedure bezegeld: wie het griffierecht niet betaalt én geen verklaring geeft voor die nalatigheid, kan niet worden ontvangen in zijn beroep. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie dan ook niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling zag de Hoge Raad geen aanleiding.

Betrokken advocaten

A.F.M.J. Verhoeven

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Instantie

Hoge Raad

Zaaknummer

25/02707

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:529

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2012-2015 blijven in stand
Hoge Raad·2 april 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoge Raad verwerpt cassatie over verliesbeschikking 2012
Hoge Raad·2 april 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoge Raad wijst cassatie tegen afgewezen belastingbeslag af
Hoge Raad·27 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoge Raad vernietigt uitspraak over antidumpingrechten
Hoge Raad·27 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht