Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — HR:2026:538
belastingrecht / niet-ontvankelijkheid cassatie wegens onbetaald griffierecht
Eiser / verzoeker
[X] B.V. (belanghebbende)
Verweerder / gedaagde
niet vermeld (belastingkamer)
Het beroep in cassatie van [X] B.V. is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief
- Tweede herstelmogelijkheid via digitaal dossier en e-mailkennisgeving eveneens niet benut
- Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb
- Negen samenhangende belastingprocedures (Gerechtshof Den Haag) komen inhoudelijk niet aan bod bij de Hoge Raad
Samenvatting
Een vennootschap die in cassatie wilde gaan bij de Hoge Raad, is door die poging gestrand nog voordat de inhoud van de zaak werd beoordeeld. De reden: het verplichte griffierecht werd niet betaald.
De Hoge Raad had de onderneming via een aangetekende brief op 1 januari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gegeven. Uit de Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief op het opgegeven adres was afgeleverd. Toch bleef betaling uit.
Daarop plaatste de griffier op 2 februari 2026 een bericht in het digitale dossier van de vennootschap, met de uitnodiging om toe te lichten waarom het griffierecht niet was voldaan. Een kennisgeving hiervan werd diezelfde dag verstuurd naar het door de vennootschap opgegeven e-mailadres. Op grond van de wet wordt aangenomen dat de vennootschap dit bericht op 2 februari 2026 heeft ontvangen. Ook op deze tweede kans reageerde de vennootschap niet.
De Hoge Raad had geen keuze: wie het griffierecht niet betaalt en geen verklaring geeft, kan niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep. De zaak, die eerder bij het Gerechtshof Den Haag had gediend en negen belastingprocedures omvatte, komt daarmee definitief niet inhoudelijk aan bod bij de hoogste belastingrechter. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard, zonder veroordeling in proceskosten.
Betrokken advocaten
A.F.M.J. Verhoeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:92, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01836
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:108, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/01946
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1910, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02644
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1908, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/02636
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04336
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:538