Hoge Raad verwerpt cassatie in WW-geschil met UWV — HR:2026:542
werkloosheidsuitkering / WW / ontvankelijkheid cassatie
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (X)
Verweerder / gedaagde
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet RO, zonder inhoudelijke beoordeling.
- Hoge Raad past artikel 80a Wet RO toe: cassatieberoep niet-ontvankelijk zonder verdere motivering
- Cassatieberoep werd beoordeeld als 'duidelijk niet kansloos' — een aanduiding die de Hoge Raad gebruikt bij kennelijk ongegronde klachten
- Procureur-generaal kreeg gelegenheid advies uit te brengen voorafgaand aan de beslissing
- Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- Uitspraak Centrale Raad van Beroep van 14 augustus 2025 is daarmee onherroepelijk
Samenvatting
Een werknemer stapte naar de Hoge Raad nadat hij eerder bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bot had gevangen in een conflict met het UWV over een besluit op grond van de Werkloosheidswet. Het cassatieberoep liep echter stuk op een formele drempel.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op 14 augustus 2025 het hoger beroep van de werknemer had verworpen. Ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de zaak.
De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat het cassatieberoep 'duidelijk niet kan slagen'. Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad de bevoegdheid om een beroep in cassatie zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren als op voorhand duidelijk is dat het geen kans van slagen heeft. Van die mogelijkheid maakte de Hoge Raad gebruik, zodat een uitgebreide inhoudelijke beoordeling van de klachten achterwege bleef.
Een veroordeling in de proceskosten werd niet opgelegd. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, waarmee de eerdere beslissing van de Centrale Raad van Beroep onherroepelijk is geworden en het standpunt van het UWV definitief overeind blijft.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:473, Hoge Raad, 20-03-2026, 25/02774
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:107, Hoge Raad, 23-01-2026, 25/03611
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1596, Hoge Raad, 24-10-2025, 25/02087
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1347, Hoge Raad, 19-09-2025, 25/01406
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/03527
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:542