Hoge Raad verwerpt cassatie over informatiebeschikking belasting — HR:2026:545
belastingrecht / informatiebeschikking / cassatie niet-ontvankelijk
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (X)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Financiën
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet RO, waarmee de informatiebeschikking onherroepelijk wordt.
- Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet RO zonder nadere motivering
- Het cassatieberoep werd beoordeeld als 'duidelijk niet kunnen slagen'
- Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2025 blijft daarmee in stand
- Informatiebeschikking van de Belastingdienst wordt hiermee onherroepelijk
Samenvatting
Een belastingplichtige probeerde via de Hoge Raad een informatiebeschikking van de Belastingdienst aan te vechten, maar botste op een harde procedurele grens: het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.
De zaak draaide om een informatiebeschikking — een besluit van de Belastingdienst waarbij wordt vastgesteld dat een belastingplichtige niet of onvoldoende heeft meegewerkt aan een informatieverzoek. Zo'n beschikking heeft ingrijpende gevolgen: als ze onherroepelijk wordt, keert de bewijslast om en moet de belastingplichtige zelf aantonen dat de aanslag onjuist is.
De belastingplichtige had eerder al zonder succes bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de Rechtbank Gelderland. Ook in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat uitspraak deed op 18 november 2025, ving hij bot. Vervolgens stapte hij naar de Hoge Raad met een beroep in cassatie.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geconcludeerd dat het cassatieberoep 'duidelijk niet kan slagen'. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad de bevoegdheid om in zulke gevallen een cassatieberoep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Van die mogelijkheid heeft de Hoge Raad hier gebruik gemaakt, wat betekent dat de uitspraak van het hof in stand blijft en de informatiebeschikking onherroepelijk wordt. Een veroordeling in de proceskosten achtte de Hoge Raad niet op zijn plaats.
Betrokken advocaten
mr. A
eiser
mr. P
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:473, Hoge Raad, 20-03-2026, 25/02774
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:102, Hoge Raad, 23-01-2026, 25/01385
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1596, Hoge Raad, 24-10-2025, 25/02087
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1265, Hoge Raad, 12-09-2025, 25/01955
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04401
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:545