Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over IB-aanslag en boete — HR:2026:547
inkomstenbelasting / cassatie niet-ontvankelijk (artikel 80a Wet RO)
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (X)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Financiën
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet RO, zonder inhoudelijke beoordeling.
- Hoge Raad past artikel 80a Wet RO toe: cassatieberoep niet-ontvankelijk zonder nadere motivering
- Geschil betreft IB/PVV-aanslagen 2018 en 2019, een boetebeschikking en beschikkingen belastingrente
- Alle drie rechterlijke instanties (Rechtbank Gelderland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hoge Raad) wezen het standpunt van belanghebbende af
- Geen proceskostenveroordeling opgelegd
Samenvatting
Een belastingplichtige probeerde via de Hoge Raad zijn gelijk te halen in een geschil over de inkomstenbelasting over de jaren 2018 en 2019. Eerder hadden zowel de Rechtbank Gelderland als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zijn bezwaren al verworpen. De zaak betrof naast de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ook een boetebeschikking en beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten die de belastingplichtige had ingediend tegen de uitspraak van het hof, duidelijk niet konden slagen. Dat is een bijzondere drempel: de Hoge Raad hoeft in zulke gevallen het beroep niet eens inhoudelijk te behandelen en kan het zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaren. Die mogelijkheid, neergelegd in artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt gebruikt wanneer een cassatieklacht zo weinig kans van slagen heeft dat een uitgebreide bespreking niet nodig is.
De zaak doorliep daarmee drie rechterlijke instanties zonder succes voor de belastingplichtige. De Hoge Raad zag ook geen reden om de staatssecretaris van Financiën een proceskostenvergoeding toe te kennen. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:473, Hoge Raad, 20-03-2026, 25/02774
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:102, Hoge Raad, 23-01-2026, 25/01385
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1596, Hoge Raad, 24-10-2025, 25/02087
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1265, Hoge Raad, 12-09-2025, 25/01955
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/04444
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:547