Hoge Raad verwerpt cassatie over WOZ-beschikking 2022 — HR:2026:549
WOZ-waardering onroerende zaak / cassatie niet-ontvankelijk
Eiser / verzoeker
Belanghebbende (X)
Verweerder / gedaagde
Belastingdienst / heffingsambtenaar (WOZ-beschikking 2022)
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a Wet RO, zonder inhoudelijke beoordeling.
- Hoge Raad past artikel 80a Wet RO toe: cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering
- Cassatieklachten werden beoordeeld als evident kansloos
- Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- WOZ-beschikking 2022 blijft ongewijzigd in stand na verwerping door alle instanties
Samenvatting
Een belastingplichtige stapte naar de Hoge Raad nadat hij in eerdere instanties bot had gevangen over de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak voor het jaar 2022. De zaak doorliep de volledige rechtsgang: van een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken, via de Rechtbank Noord-Nederland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tot aan de hoogste belastingrechter van Nederland.
Het gerechtshof had in november 2025 het hoger beroep van de belastingplichtige verworpen. Daarna probeerde hij via cassatie zijn gelijk te halen bij de Hoge Raad. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid om advies uit te brengen over de zaak.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de cassatieklachten zo duidelijk kansloos waren, dat er geen uitgebreide inhoudelijke behandeling nodig was. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad een cassatieberoep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaren wanneer het evident niet kan slagen. Van die bevoegdheid maakte de raad in dit geval gebruik.
De belastingplichtige kreeg ook geen vergoeding van proceskosten. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee de uitspraak van het gerechtshof definitief in stand blijft en de WOZ-beschikking voor 2022 ongewijzigd blijft.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:473, Hoge Raad, 20-03-2026, 25/02774
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:102, Hoge Raad, 23-01-2026, 25/01385
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1596, Hoge Raad, 24-10-2025, 25/02087
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1265, Hoge Raad, 12-09-2025, 25/01955
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/05043
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:549