Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2026:554Strafrecht

Hoge Raad verwerpt cassatie rijontzegging ondanks termijnoverschrijding — HR:2026:554

verkeer / rijontzegging / redelijke termijn cassatie

Eiser / verzoeker

verdachte (geboren 1993)

VS

Verweerder / gedaagde

Openbaar Ministerie

Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep; de opgelegde rijontzegging blijft in stand, overschrijding redelijke termijn leidt niet tot verdere gevolgen.

  • Cassatieklachten verworpen op grond van artikel 81 RO zonder nadere motivering
  • Redelijke termijn in cassatie overschreden: meer dan twee jaar na instellen beroep
  • Geen strafvermindering bij overschrijding redelijke termijn omdat alleen bijkomende straf (rijontzegging) is opgelegd
  • Hoge Raad volstaat met constatering termijnoverschrijding zonder rechtsgevolg

Samenvatting

Een verdachte die in hoger beroep een rijontzegging opgelegd had gekregen, stapte naar de Hoge Raad om die uitspraak aan te vechten. Het cassatieberoep had echter geen succes.

De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, maar vond daarin geen grond om de uitspraak te vernietigen. Omdat de zaak geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, hoefde de Hoge Raad zijn oordeel hierover niet verder toe te lichten — een standaardprocedure die bekend staat als de 'artikel 81 RO-afdoening'.

Wel signaleerde de Hoge Raad ambtshalve een probleem: tussen het instellen van het cassatieberoep en de uitspraak van de Hoge Raad verstreken meer dan twee jaar. Daarmee is de redelijke termijn overschreden die verdachten op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toekomt. Normaal gesproken leidt zo'n overschrijding tot strafvermindering als compensatie voor het lange wachten.

In dit geval maakte de Hoge Raad echter een uitzondering op die hoofdregel. Het hof had namelijk uitsluitend een bijkomende straf opgelegd — een ontzegging van de rijbevoegdheid — en geen hoofdstraf zoals een gevangenisstraf of geldboete. In dat bijzondere geval volstaat de Hoge Raad met de constatering dát de termijn is overschreden, zonder daar verdere gevolgen aan te verbinden. Het cassatieberoep werd verworpen en de rijontzegging blijft daarmee in stand.

Betrokken advocaten

mr. B. Kizilocak

verdachte

KLS Strafrechtadvocaten, ROTTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 april 2026

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

23/04074

Procedure

Artikel 81 RO-zaken

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:554

Bekijk op rechtspraak.nl