ECLI:NL:OGAACMB:2019:100, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 02-09-2019, AUA201902704 — OGAACMB:2019:100
Samenvatting
Vast staat dat verzoeker zonder geldige verblijfstitel op Aruba verblijft zodat verweerder op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Ltu bevoegd is verzoeker uit te zetten. Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Ltu, dient verweerder de termijn waarbinnen de vreemdeling Aruba dient te verlaten (vertrektermijn) in het uitzettingsbevelschrift te bepalen. Verzoeker heeft een asielverzoek ingediend. De indiening van het asielverzoek leidt op zichzelf niet tot onrechtmatigheid van het bevel en vormt daarom geen reden tot schorsing van het bevel. Het verzoek wordt afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:736, Rechtbank Rotterdam, 23-01-2026, 11965388 VV EXPL 25-692
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10341, Rechtbank Amsterdam, 24-12-2025, 770243
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7043, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, 11750701 \ AC EXPL 25-1468
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2674, Gerechtshof Den Haag, 09-12-2025, 200.349.770/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 september 2019
Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en SabaRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AUA201902704
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGAACMB:2019:100