Juristi.nl

ECLI:NL:OGEAA:2024:181, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 02-09-2024, AUA202302482 — OGEAA:2024:181

Samenvatting

Uitspraak gaat over de uitleg van artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening Ziekenverzekering (LvZv). De tweede vraag gaat over de rechtsgang bij het College van Beroep. Over toepassing van artikel 5 LvZv oordeel het college dat er geen aanleiding is om terug te komen van de uitspraak van 14 februari 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:149. Dit betekent dat een verzekerde werknemer bij herhaalde ziekmelding door eenzelfde ziekteoorzaak recht heeft op maximaal twee jaar ziekengeld. De bestuursrechtelijke rechtsgang bij het College is niet met voldoende waarborgen omkleed. De regelingen over samenstelling, benoeming en ontslag van het zoals neergelegd in artikel 10 LvZv en artikel 1 Landsbesluit voor wat betreft de voorzitter van het College van Beroep in strijd zijn met de toepasselijke bepalingen in de Rijkswet, de Eenvormige landsverordening en/of de Staatsregeling. Zonder een voorzitter, die rechter is, kan het College immers niet worden aangemerkt als rechterlijke instantie. In dit geval is sprake van een evidente schending van nationaal recht (“manifest breach of the domestic law”), die afbreuk doet aan de opdracht aan een gerecht om zonder de mogelijkheid van beïnvloeding van buitenaf bij te dragen aan onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak. Daarom oordeelt het College van Beroep dat de regeling over samenstelling, benoeming en ontslag in artikel 10 LvZv en artikel Landsbesluit, voor zover het betreft de voorzitter van het College, in strijd is met artikel 6 EVRM. Vanwege de geconstateerde gebreken is het College thans aan te merken als een bijzonder rechtscollege, dat niet op alle onderdelen met voldoende waarborgen is omkleed. Om de strijd met artikel 6 EVRM op te heffen is noodzakelijk dat zolang de geconstateerde gebreken in LvZv en Landsbesluit niet zijn hersteld, de procedure bij het College en de uitspraken van het College in hoger beroep kunnen worden gecontroleerd door een rechterlijk college dat wel met alle waarborgen is omkleed. Het College ziet aanleiding dat onderdeel van de landsverordening buiten toepassing te laten wegens strijd met artikel 6 EVRM. Het College zal vanaf heden onder zijn uitspraken vermelden dat tegen zijn uitspraken hoger beroep kan worden ingesteld op het Hof, oordelend als Lar-rechter. Bij die keuze heeft het College betrokken dat de rechtsgang in sociale zekerheidszaken in de andere landen binnen het Koninkrijk bestaat uit twee (bestuurs)rechterlijke instanties.

Betrokken advocaten

mr. E.E. Rosenstand

appellant

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 september 2024

Zaaknummer

AUA202302482

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:OGEAA:2024:181

Bekijk op rechtspraak.nl