ECLI:NL:OGEAC:2022:3, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 07-02-2022, CUR202102113 — OGEAC:2022:3
Samenvatting
Deze civiele zaak is aangespannen door een kandidaat voor een ministerschap tegen het Land Curaçao. De zaak draait om de vraag of een in 2002 tegen de eiser gewezen strafvonnis in verband met een door hem begaan delict in de weg mag staan aan de benoembaarheid van eiser tot minister. Het gerecht beantwoordt die vraag bevestigend en oordeelt dat de wettelijke eis in artikel 7 van de Landsverordening houdende regels betreffende de integriteit van (kandidaat-) ministers dat een minister niet mag zijn veroordeeld voor een misdrijf, niet onredelijk is en niet in strijd is met de Staatsregeling Curaçao of met internationale verdragen. Het gerecht ziet geen grond daar in dit specifieke geval anders over te oordelen.
Betrokken advocaten
mr. H.W. Braam
eiser
mr. M.F. Murray
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAC:2026:10, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 02-02-2026, CUR202503709
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGEAC:2026:8, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 02-02-2026, CUR202502104
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Mededingingsrecht
ECLI:NL:OGEAC:2026:9, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 02-02-2026, CUR202502460
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2026:16, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27-01-2026, CUR2024H00178
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 februari 2022
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van CuraçaoRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
CUR202102113
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2022:3