ECLI:NL:OGEAC:2025:50, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 28-02-2025, 555.00077/24 en 500.00345/22 TUL) — OGEAC:2025:50
Samenvatting
Onderzoek Red. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, proeftijd 3 jaren, voor het plegen van tweetal autodiefstallen samen met anderen. De auto’s werden binnen één uur en 25 minuten na elkaar gestolen, waarbij de eerste weggenomen auto gebruikt werd om de andere auto weg te nemen. Tijdens het gehele voorbereidend onderzoek heeft de verdachte op alle door de politie gestelde vragen een beroep op zijn zwijgrecht gedaan en pas ter terechtzitting tijdens de inhoudelijke behandeling nadat hij geconfronteerd is met de onderzoeksbevindingen deels gaan verklaren over zijn doen en laten vlak voor zijn aanhouding. Hij heeft geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor het aanstralen van zijn telefoonnummer in de directe omgeving van de plaatsen delict en hij is binnen enkele duren na de diefstallen kort voor zijn aanhouding gespot autorijdend achter zijn mededader die zich in één van de gestolen auto’s bevond en wie hij naderhand na het dumpen van deze auto heeft opgehaald. De omstandigheid dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en dat hij ten tijde van het plegen van het onderhavig feit nog in de proeftijd van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf liep en dat de verdachte zich ‘kennelijk’ aan deze eerdere veroordeling weinig gelegen heeft laten liggen, heeft in zijn nadeel meegewogen. De door de benadeelde partij ingediende vordering, ter zake van geleden schade door het aan de verdachte ten laste gelegde handelen, wordt (hoofdelijk) deels toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling heeft het Gerecht, anders dan de officier van justitie, beslist de proeftijd van de voorwaardelijke veroordeling met de duur van één jaar te verlengen.
Betrokken advocaten
mr. B. Hendriks
benadeelde partij
mr. W.J. de Graaf
openbaar ministerie
mr. G. Hatzmann
verdachte
mr. S.F. Osepa
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGHACMB:2025:314, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18-12-2025, H-84/24 – 500.00076/23
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Strafrecht
ECLI:NL:OGEAM:2025:136, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 16-12-2025, SXM202501197
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Civiel Recht
ECLI:NL:OGEAC:2025:235, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 12-11-2025, CUR202504017
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:OGEAM:2025:113, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 11-10-2025, 100.00302-25 en 100.00211-25
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 februari 2025
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van CuraçaoRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
555.00077/24 en 500.00345/22 TUL)
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2025:50