Juristi.nl
ECLI:NL:OGEAC:2026:45Bestuursrecht

SVB moet openbaarmaking AOV-indexeringsdocumenten opnieuw beoordelen — OGEAC:2026:45

openbaarheid van bestuur / Wob-verzoek AOV-indexering

Eiser / verzoeker

Eiseres (naam geanonimiseerd), wonende te Curaçao

VS

Verweerder / gedaagde

Sociale Verzekeringsbank (SVB)

Beroep gegrond verklaard; bestreden beschikking vernietigd voor zover betrekking hebbend op deelverzoeken I tot en met III, en SVB opgedragen opnieuw te beslissen met zorgvuldige zoekslag en deugdelijke motivering per documentonderdeel.

  • SVB heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag naar gevraagde documenten is verricht: geen zoektermen, geen geraadpleegde systemen vermeld.
  • SVB had per zelfstandig onderdeel van elk document moeten beoordelen of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen en of feitelijke gegevens daarvan kunnen worden gescheiden; dat is nagelaten.
  • Het argument dat openbaarmaking van de conceptlandsverordening het wetgevingsproces kan verstoren, heeft geen grondslag in de limitatieve weigeringsgronden van de Lob.
  • Deelbeslissingen op verzoeken IV t/m VI (accountantscorrespondentie, aantal verzoeken, jaarverslag 2024) blijven in stand nu daartegen geen beroepsgronden zijn gericht.

Samenvatting

Een vrouw op Curaçao vroeg de Sociale Verzekeringsbank (SVB) via de Landsverordening openbaarheid van bestuur om inzage in documenten over de indexering van de Algemene Ouderdomsverzekering (AOV). Ze wilde onder meer weten welke inspanningen de SVB heeft verricht om de indexeringsformule te wijzigen, en vroeg om interne adviezen, correspondentie en een conceptlandsverordening die de SVB zelf had opgesteld.

De SVB weigerde grote delen van het verzoek. Als reden voerde ze aan dat de gevraagde stukken interne adviezen zijn met persoonlijke beleidsopvattingen die tot specifieke personen herleidbaar zijn. Dat soort informatie is op grond van de Lob beschermd en hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Daarnaast stelde de SVB dat sommige documenten financiële en beleidsmatige analyses bevatten waarvan openbaarmaking de economische en financiële belangen van het Land zou schaden. Voor de conceptlandsverordening voegde de SVB daar nog aan toe dat openbaarmaking het wetgevingsproces kon verstoren.

De vrouw ging in beroep en stelde dat de SVB haar weigering onvoldoende had onderbouwd. Ze wees erop dat er geen inventarisatielijst was, zodat onduidelijk bleef welke documenten überhaupt bestonden en per document niet was toegelicht waarom openbaarmaking geweigerd werd. Ook was niet beoordeeld of de documenten naast beleidsopvattingen ook feitelijke informatie bevatten die wél openbaar gemaakt kon worden.

Het Gerecht gaf de vrouw grotendeels gelijk. Een eerste cruciaal punt betreft de zoekslag: de SVB had slechts bij collega's van de juridische afdeling navraag gedaan welke documenten er waren. Dat is onvoldoende. Volgens vaste rechtspraak moet een bestuursorgaan inzichtelijk maken welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gebruikt en welke vragen aan relevante medewerkers zijn gesteld. Dat heeft de SVB nagelaten.

Een tweede punt betreft de motivering van de weigeringen. De Lob beschermt alleen persoonlijke beleidsopvattingen, niet de feitelijke gegevens die in een document staan. Als feitelijke informatie zodanig verweven is met beleidsopvattingen dat scheiding onmogelijk is, mag ook die worden geweigerd — maar de SVB had per onderdeel van elk document moeten beoordelen wat het karakter van de informatie is. Dat heeft ze niet gedaan: ze weigerde de documenten in hun geheel zonder die analyse te maken.

Voor de conceptlandsverordening oordeelde het Gerecht bovendien dat het argument over verstoring van het wetgevingsproces geen grondslag heeft in de weigeringsgronden van de Lob. Die weigeringsgronden zijn limitatief: een bestuursorgaan mag alleen weigeren op de in de wet genoemde gronden, en 'verstoring van het wetgevingsproces' staat daar niet bij.

Voor de deelverzoeken die de vrouw niet had aangevochten — correspondentie met de accountant (die niet bleek te bestaan), een opgave van het aantal indexatieverzoeken (al verstrekt) en het jaarverslag 2024 (al openbaar) — liet het Gerecht de beslissing van de SVB in stand.

Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de bestreden beschikking voor zover die betrekking had op de deelverzoeken over de interne documenten en de conceptlandsverordening. De SVB moet opnieuw beslissen op deze verzoeken, ditmaal met een zorgvuldige zoekslag en een deugdelijke motivering per onderdeel van elk document. Daarnaast werd de SVB veroordeeld tot vergoeding van het door de vrouw betaalde griffierecht.

Betrokken advocaten

mr. D. Evertsz

eiser

Evertsz law & litigation, ROTTERDAM

mr. S.S.J. Vierbergen

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

CUR202504068

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:OGEAC:2026:45

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Gerecht onbevoegd in AOV-indexatiestrijd Curaçaose gepensioneerde
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·27 maart 2026
Bestuursrecht
OGEAC:2026:19
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·27 februari 2026
Bestuursrecht
OGEAC:2026:31
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·23 februari 2026
Bestuursrecht
OGEAC:2026:9
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·2 februari 2026
Bestuursrecht
OGEAC:2026:10
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·2 februari 2026
Bestuursrecht