ECLI:NL:OGEAM:2024:9, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 24-05-2024, BBZ nrs. SXM202300771, SXM202300774, SXM202300797, SXM202300798, SXM202300799 — OGEAM:2024:9
Samenvatting
Niet langer in geschil tussen partijen is dat over de jaren 2018 tot en met 2020 aan bepaalde werknemers verstrekte huurtoelagen aangemerkt dienen te worden als loon waarover loonbelasting en premies AVBZ dient te worden ingehouden en afgedragen en dat met inachtneming daarvan terecht naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Evenmin is de hoogte van de verstrekte huurtoelagen in geschil. In geschil is slechts of de over die huurtoelagen verschuldigde loonbelasting en premies AVBZ gebruteerd in aanmerking dienen te worden genomen. Naheffingsaanslagen Het Gerecht is van oordeel dat bij de vaststelling van de naheffingsaanslagen ten onrechte is gebruteerd en dat de naheffingsaanslagen dienen te worden verminderd. Het Gerecht oordeelt voorts dat de (te verminderen) naheffingsaanslagen niet langer in geschil zijn en daarmee onherroepelijk vast komen te staan met als gevolg dat indien vóór 25 mei 2025, verhaal niet of niet volledig is gerealiseerd, verhaal (in zoverre) geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden dan wel verhaal (in zoverre) niet mogelijk is gebleken. Dan ontstaat voor de Inspecteur derhalve in beginsel alsnog de mogelijkheid (in zoverre) nadere naheffingsaanslagen op te leggen. Vergrijpboetes Met betrekking tot de opgelegde vergrijpboetes van 25% en 12,5% voor wat betreft respectievelijk de niet ingehouden en afgedragen loonbelasting 2018 en 2019 en premies AVBZ 2018 en 2020 is het Gerecht van oordeel dat deze gerechtvaardigd zijn. De boetes zij evenwel te hoog vastgesteld voor zover deze zien op het gebruteerde deel van de naheffingsaanslagen. Bovendien ziet het Gerecht in de overschrijding van de redelijke termijn ambtshalve aanleiding de boetes voor wat betreft de naheffingsaanslagen loonbelasting te verminderen. Het Gerecht matigt de boete met 10% overeenkomstig de uitgangspunten zoals vermeld in de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL: GHAMS:2009:BJ1298. De boetes met betrekking tot de naheffingsaanslagen AVBZ 2018 en 2020 zullen wegens overschrijding van de redelijke termijn niet worden verminderd, omdat deze minder bedragen dan NAf 200. Ter zake van deze boetes wordt volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAC:2026:21, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 27-02-2026, CUR202404218 tot en met CUR202404222
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:OGEAA:2024:8, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 07-02-2024, AUA202103317, AUA202103318 en AUA202302310
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:OGEAC:2023:322, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 07-12-2023, CUR202204247 en CUR202204248
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:OGEAC:2023:321, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 06-12-2023, CUR202204102
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 mei 2024
Rechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BBZ nrs. SXM202300771, SXM202300774, SXM202300797, SXM202300798, SXM202300799
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAM:2024:9