ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1492, Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, 28-10-2009, AR34/2007 — OGEANA:2009:BK1492
Samenvatting
Deze zaak betreft opzegging van erfpachtrechten. Het beroep op het bepaalde bij artikel 6:248 BWNA wordt verworpen. Onvoldoende gebleken is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om gedaagde te houden aan het vereiste van een opzegging bij deurwaardersexploot. Het enkele feit dat eiseres nog niet aan haar bouwverplichting zou hebben voldaan, is daarvoor onvoldoende nu gebleken is dat voortdurend overleg heeft plaatsgevonden tussen partijen. Voorts heeft gedaagde aangevoerd dat de niet-betekening geen nietigheid van de opzegging met zich brengt. Volgens gedaagde is de opzegging rechtsgeldig geschied conform boek 5 BWNA. Dit standpunt kan geen stand houden. Artikel 5:88 lid 1 BWNA bepaalt dat “iedere opzegging” bij exploot geschiedt. Ook de onderhavige opzegging diende daarom bij exploot te geschieden. De opzegging moet als een rechtshandeling worden beschouwd. Nu de opzegging in strijd met het bepaalde bij artikel 5:88 BWNA niet bij exploot is geschied, is zij op grond van het bepaalde bij artikel 3:39 BWNA nietig. Primair gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen. Gelet op de aard van de beslissing vindt geen uitvoerbaar verklaring bij voorraad plaats. De gevorderde bepaling op grond van artikel 3:300 BWNA juncto artikel 3:301 BWNA is niet toewijsbaar. De aard van de rechtshandeling verzet zich tegen de gevorderde bepaling. Zoals gedaagde terecht heeft opgemerkt dienen partijen met elkaar in onderhandeling te treden over de voorwaarden die gedaagde aan de rechten van erfpacht kan verbinden. Onder die omstandigheden is het opleggen van een dwangsom voldoende en kan niet ook nog eens de gevorderde bepaling worden toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. M.R. Hammoud
gedaagde
mr. B.M. Nagelmakers
gedaagde
mr. T. Voortman
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAC:2026:14, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 02-02-2026, CUR202500859
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:327, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 16-12-2025, CUR2024H00089
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:299, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 02-12-2025, CUR2025H00040
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:292, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 02-12-2025, CUR2023H00267
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
28 oktober 2009
Rechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
AR34/2007
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1492