ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5667, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 18-06-2009, HLAR 061/08 — OGHNAA:2009:BJ5667
Samenvatting
Betreft weigering van verzoek vergunning tot tijdelijk verblijf door minister. Gerecht heeft beroep gegrond verklaard dat door de werkgeefster en vreemdeling was ingesteld. Minister is in hoger beroep gegaan. Ter zitting is zijdens de minister verklaard dat, indien de vreemdeling om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinshereniging met toestemming om arbeid in loondienst te verrichten bij de werkgeefster verzoekt, haar zodanige vergunning zal worden verleend. De vreemdeling heeft verklaard dat zij zodanig verzoek zal doen. Onder deze omstandigheden heeft de minister geen belang bij het door hem ingestelde hoger beroep en wordt hij niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken advocaten
mr. A.A. Henriquez
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2021:2678, Raad van State, 01-12-2021, 202100208/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2018:2166, Raad van State, 28-06-2018, 201804853/2/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2018:1421, Raad van State, 26-04-2018, 201802969/2/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:OGEAA:2017:720, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 18-09-2017, LAR 1779/2009; AUA200900034
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 juni 2009
Rechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
HLAR 061/08
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ5667