ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0530, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 18-12-2009, HLAR 017/09 — OGHNAA:2009:BN0530
Samenvatting
Arubaanse zaak. Betreft verzoek om verblijfsvergunning. Het beroep is gegrond, de minister heeft het bezwaarschrift ten onrechte niet in handen gesteld van bezwaaradviescommissie. Ingevolge art. 7 lid 3 Ltu draagt de minister zorg dat de periode waarin een persoon met een andere dan de Nederlandse nationaliteit, die in loondienst op grond van een vergunning tot tijdelijk verblijf werkzaam is, aaneengesloten tot Aruba toegelaten is, ten hoogste drie jaar bedraagt. Nu de vreemdeling ten tijde van het geven van de beschikking op bezwaar inmiddels drie jaar voor dat doel in Aruba verbleven had, ziet het Hof aanleiding de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking in stand te laten.
Betrokken advocaten
mr. A.A. Henriquez
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2021:2678, Raad van State, 01-12-2021, 202100208/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2018:2166, Raad van State, 28-06-2018, 201804853/2/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2018:1421, Raad van State, 26-04-2018, 201802969/2/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:OGEAA:2017:720, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 18-09-2017, LAR 1779/2009; AUA200900034
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2009
Rechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
HLAR 017/09
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0530