Juristi.nl
ECLI:NL:ORBAACM:2026:25Bestuursrecht; Ambtenarenrecht

Arubaanse ambtenaar mist procesbelang in pensioengeschil over schaarstetoelage — ORBAACM:2026:25

ambtenarenrecht / schaarstetoelage / pensioengrondslag / procesbelang

Eiser / verzoeker

Appellante (ambtenaar Dienst Financiën Aruba)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Financiën, Economische Zaken en Primaire Sector van Aruba

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

  • Procesbelang ontbreekt als het nagestreefde resultaat niet via de betreffende procedure bereikt kan worden.
  • De rechter kan alleen oordelen over de rechtmatigheid van het concrete besluit (verhoging schaarstetoelage naar 25%), niet over het uitblijven van nieuwe regelgeving of beleid.
  • Appellante betwistte de verhoging van de schaarstetoelage zelf niet; haar werkelijke doel — hogere pensioengrondslag — valt buiten de omvang van dit geding.
  • Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard; geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Samenvatting

Een Arubaanse ambtenaar die jarenlang een schaarstetoelage ontving, probeerde via de rechter een hoger pensioen af te dwingen. De Raad van Beroep in Ambtenarenzaken verklaarde haar hoger beroep echter niet-ontvankelijk, omdat zij met deze procedure niet kon bereiken wat zij wilde.

De vrouw werkte als juridisch beleidsmedewerker bij de Dienst Financiën op Aruba. Sinds 1997 ontving zij een schaarstetoelage — een extra toeslag op haar salaris vanwege schaarste aan bepaalde expertise. Die toelage werd in de loop der jaren verhoogd: van 10% in 1997 naar 15% in 1998 en 20% in 2020. Toen de wet het maximale percentage ophoogde naar 25%, verhoogde de minister haar toelage in oktober 2024 ambtshalve naar dat nieuwe maximum, met ingang van 1 augustus 2024. Per februari 2026 ging de vrouw met pensioen.

De vrouw had op zich geen bezwaar tegen die verhoging naar 25%. Haar eigenlijke grief was een andere: de schaarstetoelage telde pas vanaf 1 januari 2024 mee voor haar pensioengrondslag, terwijl zij die toelage al sinds 1997 ontving. Zij voerde aan dat de toelage destijds was toegekend in afwachting van een algehele herziening van de bezoldigingsregeling — een herziening die er nooit is gekomen. Had die herziening wél plaatsgevonden, dan zou haar salaris structureel zijn aangepast en zou dat hogere salaris automatisch hebben doorgewerkt in haar pensioen.

In eerste aanleg eiste zij dat een nieuwe beschikking zou worden genomen waarbij haar bezoldiging met terugwerkende kracht tot 2011 met 50% werd verhoogd, zodat ook haar pensioenopbouw over al die jaren hoger zou uitvallen. Het Gerecht in Ambtenarenzaken wees die eis af: de bezwaren van de vrouw richtten zich helemaal niet tegen het besluit dat ter discussie stond — de verhoging van de schaarstetoelage naar 25%.

In hoger beroep herhaalde de vrouw haar argumenten. Zij stelde onder meer dat de minister bij het nemen van het besluit onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden: het langdurig ontvangen van de toelage en haar naderende pensionering. Ook wees zij erop dat er geen overgangsregeling of hardheidsclausule bestond. Verder betoogde zij dat de schaarstetoelage ook zonder wetswijziging had kunnen meetellen voor haar pensioen, bijvoorbeeld via buitenwettelijk begunstigend beleid dat in een ministeriële beschikking zou moeten worden vastgelegd.

De Raad van Beroep ging daar niet in mee. Volgens vaste rechtspraak bestaat procesbelang alleen als het resultaat dat iemand met een procedure nastreeft ook daadwerkelijk via die procedure bereikt kan worden. De Raad kan uitsluitend beoordelen of de verhoging van de schaarstetoelage naar 25% per 1 augustus 2024 rechtmatig was — en dat betwistte de vrouw zelf niet eens. Wat zij werkelijk wilde — andere regelgeving, een algemeen besluit of buitenwettelijk beleid dat de toelage alsnog onderdeel maakt van de pensioengrondslag — valt buiten het bereik van deze procedure. De rechter beoordeelt besluiten, niet het uitblijven van nieuwe regelgeving of beleid.

Omdat de vrouw met dit hoger beroep niet kon bereiken wat zij beoogde, ontbrak procesbelang. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Een veroordeling in de proceskosten werd niet opgelegd.

Betrokken advocaten

mr. H.F. Falconi

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

AUA2025H00121

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:ORBAACM:2026:25

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Arubaanse ambtenaar krijgt leidinggevende functie niet zonder WO-diploma
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba·27 maart 2026
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Arubaanse ambtenaar verliest beroep tegen uitgestelde bevordering
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba·27 maart 2026
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Raad verlaagt proceskostenvergoeding ambtenaar Aruba van Afl. 1.400 naar Afl. 700
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba·27 maart 2026
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Arubaanse gevangenismedewerkers verliezen strijd om knoopepaulet
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba·27 maart 2026
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Arubaanse politieagenten krijgen alsnog toelage voor helikopterdiensten
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba·27 maart 2026
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht