ECLI:NL:PHR:2015:226, Parket bij de Hoge Raad, 17-02-2015, 14/01499 — PHR:2015:226
Samenvatting
Verstekverlening, aanwezigheidsrecht. ’s Hofs beslissing om tegen de verdachte verstek te verlenen en het o.t.tz. voort te zetten is, achteraf bezien onjuist, nu uit een aan de schriftuur gehecht schrijven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken - aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. een andere strafzaak in Argentinië was gedetineerd. Gelet op het grote belang van verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn dient verdachte de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
Betrokken advocaten
mr. B.P. de Boer
verdachte
mr. F. van der Meij
verdachte
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10361, Rechtbank Amsterdam, 18-12-2025, 13/195396-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2947, Gerechtshof Amsterdam, 23-07-2025, 23-001089-22
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3333, Rechtbank Midden-Nederland, 09-07-2025, 16/205681-24 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8388, Rechtbank Noord-Holland, 01-07-2025, 15/067077-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 februari 2015
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
14/01499
ECLI
ECLI:NL:PHR:2015:226