Juristi.nl
ECLI:NL:PHR:2015:2650Strafrecht

ECLI:NL:PHR:2015:2650, Parket bij de Hoge Raad, 24-11-2015, 15/01002 — PHR:2015:2650

Samenvatting

Beklag, beslag op verzekeringspolis en banktegoeden, artt. 94a en 552a Sv. Herhaald beklag? 1. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823. HR: v.zv. de Rb als haar oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat X resp. Y en klager als dezelfde (rechts)personen moeten worden aangemerkt, is dat oordeel, en de kennelijk daarop gebaseerde beslissing de klager in zijn klaagschrift n-o te verklaren, niet juist. Het eerste middel klaagt daarover terecht. De overwegingen van de Rb moeten worden verstaan dat naar haar oordeel de beslagen dienen voort te duren, aangezien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend aan klager (als verdachte) de verplichting zal opleggen tot betaling van een bedrag ter ontneming van w.v.v. Aldus heeft de Rb de juiste maatstaf aangelegd. 2. HR: De vraag of sprake is van ‘nieuwe’ feiten kan in het midden blijven. Hetgeen is aangevoerd omtrent het daadwerkelijk w.v.v. dient de strafrechter te beoordelen in de ontnemingszaak, zodat de klager in zoverre geen belang heeft bij zijn klacht. Evenmin belang bij de stelling dat niet eerder is aangevoerd dat een polis van levensverzekering niet vatbaar is voor conservatoir beslag, aangezien die stelling niet juist is. De HR doet wat de Rb had behoren te doen: de HR verklaart het klaagschrift alsnog ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. J.N. de Boer

Hertoghs advocaten, AMSTERDAM

mr. R.W.J. Kerckhoffs

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 november 2015

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

15/01002

ECLI

ECLI:NL:PHR:2015:2650

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken