ECLI:NL:PHR:2017:406, Parket bij de Hoge Raad, 06-06-2017, 16/03372 — PHR:2017:406
Samenvatting
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassatie. HR overweegt dat m.b.t. oordeel van de rechter in herziening over de tlgd. feiten geen bijzondere, van de beoordeling in gewone strafzaken afwijkende motiveringseisen en voorschriften gelden. Middelen over 1. gebruik voor het bewijs van belastende verklaringen afgelegd door de vrouwelijke verdachten; 2. 's Hofs duiding van de forensische sporen in relatie tot de afgelegde verklaringen; 3. de zogenoemde ‘bushokjesgetuigen’ en 4. over de op de plaats van het delict aangetroffen bloeddruppel. HR komt – na bespreking en verwerping van de middelen (met vermelding van ECLI:NL:HR:2014:953) – tot de slotsom dat het Hof na eerdere gegrondverklaring van de vordering tot herziening de zaken geheel opnieuw heeft behandeld en beoordeeld. In dat kader heeft het Hof onder meer t.tz. de vrouwelijke verdachten, die in eerdere stadia belastende verklaringen hadden afgelegd, onder ede als getuigen gehoord. Die nieuwe behandeling van de zaken door het Hof heeft geleid tot het oordeel dat de belastende verklaringen van de vrouwelijke verdachten voor de bewijsvoering konden worden gebruikt en tot handhaving van de eerdere veroordelingen, ondanks de omstandigheid dat – mede als gevolg van de beperkingen van het destijds uitgevoerde onderzoek en de sindsdien verstreken tijd – niet alle vragen afdoende konden worden beantwoord. Rechtdoende als cassatierechter binnen de eerder genoemde begrenzingen, heeft de HR noch in hetgeen namens verdachten in de schriftuur is aangevoerd noch ambtshalve gronden gezien die meebrengen dat de bewezenverklaringen als niet begrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd moeten worden aangemerkt. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 15/05221, 16/00460, 16/03360, 16/03367 en 16/03372.
Betrokken advocaten
mr. E. Vogelvang
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:PHR:2023:742, Parket bij de Hoge Raad, 29-08-2023, 22/04031
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:1324, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-04-2023, 20-002766-20
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:4125, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2022, 20-001355-21
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:3196, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-09-2022, 20-001039-20
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 juni 2017
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/03372
ECLI
ECLI:NL:PHR:2017:406