ECLI:NL:PHR:2020:1187, Parket bij de Hoge Raad, 01-09-2020, 19/03850 — PHR:2020:1187
Samenvatting
Ter uitvoering van Europees onderzoeksbevel dat was uitgevaardigd door justitiële autoriteiten van Frankrijk is onder belanghebbenden administratie in beslag genomen en zijn digitale gegevens vastgelegd, waarna belanghebbenden o.g.v. art. 552a jo art. 5.4.10.1 Sv klaagschrift hebben ingediend. Kon Rb geen toegang verlenen tot behandeling van klaagschrift aan bestuurder van meerdere klagers als wettelijk vertegenwoordiger van klagers? Art. 23.2, 23.6 en 528.1 Sv. Ex art. 528.1 Sv wordt, indien tegen rechtspersoon strafvervolging wordt ingesteld, rechtspersoon vertegenwoordigd door bestuurder of, indien er meer bestuurders zijn, door één van hen. Vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BM8027). Redelijke wetstoepassing brengt mee dat art. 528.1 Sv, ook als geen sprake is van strafvervolging tegen rechtspersoon, van toepassing is op beklagprocedure van art. 552a Sv, wanneer rechtspersoon als klager dan wel als belanghebbende in beklagprocedure over inbeslagneming is betrokken. Het voorgaande betekent dat Rb (ook indien behandeling niet in het openbaar plaatsvindt) in art. 528 Sv bedoelde bestuurder die als vertegenwoordiger van rechtspersoon optreedt toegang tot behandeling van klaagschrift in raadkamer moet verlenen, een en ander tenzij Rb o.g.v. art. 23.6 Sv oordeelt dat belang van onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad. Blijkens p-v van behandeling in raadkamer was A verschenen in zittingszaal en heeft (voorzitter van) Rb vervolgens, ondanks daartoe namens klagers gedaan verzoek, besloten geen toegang te verlenen aan A bij behandeling van klaagschrift met gesloten deuren maar aan A bevel gegeven zittingszaal te verlaten. Dat p-v houdt verder in dat namens klagers is aangevoerd dat A bestuurder is van “meerdere vennootschappen” van klagers. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat Rb toepassing heeft willen geven aan art. 23.6 Sv, is beslissing Rb dat A niet bij behandeling aanwezig kon zijn niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:1227 (rolbeslissing). Samenhang met 19/04321 Br.
Betrokken advocaten
Greenberg Traurig,, AMSTERDAM
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2024:1077, Rechtbank Limburg, 14-02-2024, 23-028290
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:PHR:2022:409, Parket bij de Hoge Raad, 10-05-2022, 22/00205
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:PHR:2020:679, Parket bij de Hoge Raad, 09-06-2020, 19/03850
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:PHR:2020:680, Parket bij de Hoge Raad, 09-06-2020, 19/04321
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 september 2020
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
19/03850
ECLI
ECLI:NL:PHR:2020:1187