ECLI:NL:PHR:2021:1115, Parket bij de Hoge Raad, 30-11-2021, 19/02761 — PHR:2021:1115
Samenvatting
Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet tijdig doen van de aangifte voor de omzetbelasting (art. 69, eerste lid, AWR). De twee middelen komen in het bijzonder op tegen de wijze waarop het hof toepassing heeft gegeven aan art. 243, tweede lid, Sv juncto art. 255, eerste lid, Sv en het daaraan ten grondslag liggende una via-beginsel. AG gaat in op verschillende aspecten van het una via-beginsel waaronder i) de vraag of dit beginsel in de weg staat aan de strafvervolging van een natuurlijke persoon nadat aan een rechtspersoon eerder bestuurlijke boeten zijn opgelegd en ii) de kwestie of de aan de rechtspersoon krachtens de art. 67b en 67c AWR opgelegde bestuurlijke (verzuim)boeten zijn opgelegd vanwege 'hetzelfde feit’ als waarvoor de verdachte (als natuurlijk persoon) is vervolgd op grond van art. 69, eerste lid, AWR. Conclusie strekt tot (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:125, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/00082
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1708, Hoge Raad, 09-12-2025, 23/04831
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:454, Hoge Raad, 25-03-2025, 22/04350
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:273, Hoge Raad, 18-02-2025, 23/04391
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 november 2021
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
19/02761
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:1115