ECLI:NL:PHR:2022:303, Parket bij de Hoge Raad, 29-03-2022, 20/04390 — PHR:2022:303
Samenvatting
Conclusie AG. Het eerste middel bevat falende (bewijs)klachten gericht tegen het bewezenverklaarde witwassen en in het bijzonder betreffende het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Het middel klaagt verder tevergeefs over de motivering van de afwijzing van voorwaardelijke getuigenverzoeken. Het tweede middel is gericht tegen de bewezenverklaarde opzettelijke overtreding van de verplichting tot het doen van aangifte bij de douane van het vervoeren van een contant geldbedrag van meer dan € 10.000,- als bedoeld in art. 10:1 lid 4 en 5 (oud) Algemene douanewet in verbinding met art. 3, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1889/2005. Het middel berust op een verkeerde, (veel) te strikte, uitleg van het begrip ‘natuurlijke persoon die de Gemeenschap verlaat’ in art. 3, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1889/2005 en kan ook overigens niet slagen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:PHR:2022:479, Parket bij de Hoge Raad, 31-05-2022, 21/01270
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:PHR:2021:1121, Parket bij de Hoge Raad, 30-11-2021, 20/01924
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:PHR:2021:1098, Parket bij de Hoge Raad, 23-11-2021, 20/01948
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:5810, Rechtbank Amsterdam, 11-10-2021, 13/995004-18
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 maart 2022
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20/04390
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:303