ECLI:NL:PHR:2024:730, Parket bij de Hoge Raad, 05-07-2024, 21/05264 — PHR:2024:730
Samenvatting
Arbeidsrecht. Platformwerk. Waren de schoonmakers bij het (inmiddels failliet verklaarde) platform Helpling werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst met Helpling, of op basis van een arbeidsovereenkomst met de huishoudens? Kan een particulier huishouden kwalificeren als inlener (“derde”) in de zin van art. 7:690 BW? Hoe moet in platformverhoudingen invulling worden gegeven aan het element “in dienst van” (gezagscriterium)?
Betrokken advocaten
De Brauw Blackstone Westbroek, AMSTERDAM
De Brauw Blackstone Westbroek, AMSTERDAM
H.J.W. Alt
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:126, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/00473
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2026:127, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/00474
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2026:94, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/03826
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:HR:2026:93, Hoge Raad, 23-01-2026, 24/03825
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 juli 2024
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
21/05264
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:730