ECLI:NL:PHR:2025:1391, Parket bij de Hoge Raad, 16-12-2025, 24/04422 — PHR:2025:1391
Samenvatting
Conclusie PG. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt en terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van Minister (art. 285 lid 1 i.s.m. art. 285 lid 2 en art. 285 lid 5 Sr). Klachten over afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat het feit de verdachte wegens een psychische stoornis niet kan worden toegerekend (M1) en dat bij de aangever door de gedane uitlatingen geen redelijke vrees kon ontstaan (M2). Tevens (rechts)klacht over het oordeel van het hof dat de bedreiging is geschied onder een voorwaarde a.b.i. art. 285 lid 2 Sr (M3). M1 en M2 falen. M3: de PG is van oordeel dat een voorwaarde a.b.i. art. 285 lid 2 Sr geschikt dient te zijn de keuze- en handelingsvrijheid van de geadresseerde nader in te perken. M3 klaagt daarover op zichzelf terecht, maar het middel hoeft niet tot cassatie te leiden. De PG geeft de Hoge Raad in overweging te volstaan met een verbeterde lezing van de kwalificatie.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:772, Hoge Raad, 20-05-2025, 25/00920
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:455, Hoge Raad, 08-04-2025, 24/03507
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:204, Hoge Raad, 11-02-2025, 24/03852
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2022:728, Hoge Raad, 24-05-2022, 21/00600
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/04422
ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1391