ECLI:NL:PHR:2026:227, Parket bij de Hoge Raad, 10-03-2026, 25/01050 — PHR:2026:227
Samenvatting
Conclusie AG. Tardief appel. Hof heeft de door de raadsman van verdachte overgelegde Whatsapp-berichten van de verdachte aangemerkt als “een omstandigheid […] waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is” als bedoeld in art. 408 lid 2 Sv. Volgens de AG is dat oordeel gelet op de inhoud van die berichten niet zonder meer begrijpelijk. AG geeft daarbij overzicht van relevante rechtspraak over art. 408 lid 2 Sv en het vereiste van bekendheid met de strafoplegging. Deze conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:13426, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2025, ROT 24/7959
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10594, Rechtbank Gelderland, 11-11-2025, 0537970924
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:4629, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2025, 02-275280-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:5429, Rechtbank Gelderland, 02-07-2025, 05-009626-25
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/01050
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:227