Juristi.nl
ECLI:NL:PHR:2026:304Strafrecht

Cassatiemiddelen over kosteloze rechtsbijstand bij politieverhoor verworpen — PHR:2026:304

rechtsbijstand bij politieverhoor / vormverzuim strafprocesrecht / cassatie

Eiser / verzoeker

verdachte (geboren 2003)

VS

Verweerder / gedaagde

Openbaar Ministerie

De Procureur-Generaal concludeert tot verwerping van de cassatiemiddelen, waardoor de veroordeling tot 100 uur taakstraf (waarvan 40 uur voorwaardelijk) in stand blijft.

  • Niet-aangehouden verdachte heeft in beginsel geen recht op kosteloze rechtsbijstand bij politieverhoor, tenzij sprake is van bijzondere kwetsbaarheid die verhindert vragen te begrijpen
  • Een autismespectrumstoornis, dysthyme stoornis en sociale angststoornis leveren niet automatisch 'bijzondere kwetsbaarheid' op in de zin van art. 28b Sv
  • De Tijdelijke Regeling Adviestoevoeging Zelfredzaamheid (RATZ) is niet van toepassing bij eenvoudige politieverhoren zonder complexe juridische vraagstukken
  • Uit de uitspraak van de Raad van State van 11 oktober 2023 volgt niet dat de niet-aangehouden verdachte zonder meer recht heeft op kosteloze rechtsbijstand bij een politieverhoor
  • Geen onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv vastgesteld; strafvermindering afgewezen

Samenvatting

Een jonge vrouw werd in 2023 door de politie verhoord als verdachte van poging tot zware mishandeling en bedreiging. Voorafgaand aan het verhoor kreeg zij te horen dat zij recht had op een advocaat, maar dat zij die zelf moest betalen. Omdat zij dat niet kon betalen, deed zij afstand van rechtsbijstand en werd zij zonder advocaat verhoord. Later veroordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden haar tot een taakstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk.

In cassatie voerde haar advocaat aan dat de politie haar verkeerd had voorgelicht. De verdediging beriep zich op de Tijdelijke Regeling Adviestoevoeging Zelfredzaamheid (RATZ) — een regeling die na de toeslagenaffaire in het leven was geroepen om burgers in complexe situaties gratis rechtsbijstand te bieden — en op een uitspraak van de Raad van State uit 2023 over gesubsidieerde rechtsbijstand bij politieverhoren. De vrouw had volgens de verdediging recht gehad op kosteloze bijstand, en door haar dat niet te vertellen had de politie een onherstelbaar vormverzuim begaan dat tot strafvermindering had moeten leiden.

Het hof verwierp dit verweer. Het stelde vast dat de vrouw weliswaar gediagnosticeerd was met een autismespectrumstoornis, een dysthyme stoornis en een sociale angststoornis, maar dat dit geen 'bijzondere kwetsbaarheid' opleverde in juridische zin. Van bijzondere kwetsbaarheid is pas sprake als een verdachte niet in staat is te begrijpen welke vragen worden gesteld. Uit het verloop van het verhoor en de indruk die de vrouw ter zitting had gemaakt, bleek dat daar geen sprake van was.

Over de RATZ-regeling oordeelde het hof dat die regeling bedoeld is voor complexe juridische vraagstukken die gespecialiseerde rechtshulp vereisen. Dat was in deze zaak niet het geval. De politie had haar dus niet onjuist geïnformeerd.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel over de rechtsbijstand faalt. Uit de aangehaalde uitspraak van de Raad van State volgt niet dat een niet-aangehouden verdachte zonder meer recht heeft op kosteloze rechtsbijstand bij een politieverhoor. Die uitspraak hield slechts in dat de Raad voor Rechtsbijstand een aanvraag voor gefinancierde bijstand niet simpelweg kon afwijzen door te verwijzen naar een beleidsregel die elke toevoeging 'in geen geval' toestond. De mogelijkheid om een adviestoevoeging aan te vragen bestond weliswaar, maar in beginsel kwamen de kosten van rechtsbijstand voor een niet-aangehouden verdachte voor eigen rekening.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de cassatiemiddelen verwerpt en de veroordeling tot 100 uur taakstraf, waarvan 40 uur voorwaardelijk, in stand laat.

Betrokken advocaten

mr. J. Kuijper

verdachte

mr. Jacqueline Kuijper, advocaat, AMSTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/04832

ECLI

ECLI:NL:PHR:2026:304

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken