Procureur-generaal adviseert Hoge Raad over getuigenverzoek bedreigingszaak — PHR:2026:348
strafrecht / bedreiging / getuigenverzoek in cassatie
Eiser / verzoeker
verdachte
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De procureur-generaal heeft conclusie genomen; de Hoge Raad heeft nog geen eindarrest gewezen in deze cassatieprocedure over een veroordeling tot tien dagen voorwaardelijke gevangenisstraf.
- Het hof wees het verzoek om getuige [getuige 3] op te roepen af omdat haar identiteit en adres onbekend waren en het niet aannemelijk was dat dit binnen aanvaardbare termijn zou veranderen
- De verdediging klaagt in cassatie dat het hof een onjuiste weigeringsgrond heeft gehanteerd en de verkeerde juridische maatstaf heeft toegepast
- Drie getuigen, waaronder een onafhankelijke buurman, verklaarden de doodsbedreigingen te hebben gehoord; de verdachte erkende 'lelijke dingen' te hebben gezegd
- Het hof 's-Hertogenbosch veroordeelde de verdachte tot tien dagen gevangenisstraf voorwaardelijk met twee jaar proeftijd voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven
Samenvatting
Een man uit Brabant werd in december 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor bedreiging. Hij zou op 19 juli 2021 omstreeks vier uur 's nachts bij de woning van een vrouw hebben geroepen dat hij haar ex-vriend zou 'kapot schieten' of 'dood schieten'. Drie getuigen verklaarden dit te hebben gehoord: de aangever zelf, de vrouw bij wie hij verbleef, en een onafhankelijke buurman die het vanuit zijn raam had gezien. De verdachte erkende dat hij 'lelijke dingen' had gezegd, maar betwistte de aard en ernst ervan.
Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf op van tien dagen met een proeftijd van twee jaar. De verdachte ging in cassatie en voerde twee middelen aan. Het eerste middel richt zich op de afwijzing van een getuigenverzoek dat de verdediging had ingediend.
De verdachte wilde een vrouw genaamd [getuige 3] laten horen. Zij zou volgens de verdachte door de aangever zijn verteld dat hij een valse aangifte had gedaan. De raadsvrouw diende het verzoek begin december 2023 in, maar kon nauwelijks gegevens van de getuige verstrekken: geen adres, geen volledige naam, niets bruikbaars voor een dagvaarding. De advocaat-generaal wees het verzoek al vóór de zitting af wegens gebrek aan onderbouwing.
Op de zitting zelf herhaalde de verdachte zijn verzoek, maar bleek hij ook zelf de getuige niet te kunnen bereiken. Hij dacht dat zij misschien in een bepaalde plaats woonde en suggereerde haar via Facebook op te sporen. Het hof gaf aan best bereid te zijn getuigen te horen, maar stelde als voorwaarde dat bekend is wie de getuige is en waar zij te bereiken is. Omdat dit niet het geval was en ook niet aannemelijk was dat dit binnen afzienbare tijd zou veranderen, wees het hof het verzoek af.
In cassatie klaagt de verdediging — de advocaten Jebbink en Sternfeld — over de motivering van die afwijzing. Zij stellen dat het hof ten onrechte de maatstaf van de 'aanvaardbare termijn' heeft gehanteerd, en dat het hof had moeten onderzoeken of het noodzakelijk was de getuige te horen, dan wel of de verdediging daartoe in redelijkheid niet had kunnen verzuimen haar tijdig op te roepen. De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad — die in deze zaak advies uitbrengt — analyseert of het hof de juiste juridische maatstaf heeft toegepast bij de afwijzing van het getuigenverzoek en of de motivering toereikend was. De Hoge Raad moet nog definitief oordelen over de zaak.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:1669, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2026, 21-000818-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9903, Rechtbank Amsterdam, 12-12-2025, AMS 25/7066
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11841, Rechtbank Gelderland, 24-11-2025, 05/377278-24; 05/405689-24 (ttz. gev.)
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11842, Rechtbank Gelderland, 24-11-2025, 05/377293-24
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/00091
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:348