Juristi.nl
ECLI:NL:PHR:2026:349Strafrecht

Hoge Raad buigt zich over ontneming hennepvoordeel aan één verdachte — PHR:2026:349

ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / hennepteelt / toerekening bij medeplegen

Eiser / verzoeker

betrokkene (geboren 1970)

VS

Verweerder / gedaagde

Openbaar Ministerie

De procureur-generaal heeft geconcludeerd in de ontnemingszaak; de Hoge Raad heeft nog geen eindarrest gewezen over de betalingsverplichting van €7.087,50.

  • Het hof rekende het volledige hennepvoordeel van €7.087,50 toe aan de betrokkene, ondanks dat meerdere medeverdachten onherroepelijk zijn veroordeeld voor betrokkenheid bij dezelfde kwekerij.
  • De verdediging voerde aan dat het voordeel pondspondsgewijs verdeeld had moeten worden over minimaal vijf betrokkenen, wat zou uitkomen op circa €5.000 per persoon.
  • Het hof verwierp het verdelingsverweer wegens onvoldoende concretisering: uit dossier noch terechtzitting bleek hoe de winst feitelijk was verdeeld.
  • Cassatieklacht richt zich op de spanning tussen de bewezenverklaring van medeplegen in de hoofdzaak en de volledige toerekening van het voordeel in de ontnemingszaak.
  • De Hoge Raad hanteert als uitgangspunt dat bij ontneming het individueel daadwerkelijk genoten voordeel moet worden vastgesteld; bij gezamenlijk voordeel geldt pondspondsgewijze verdeling als vangnet.

Samenvatting

Een man uit een zaak rondom een hennepkwekerij in een vakantiewoning vecht bij de Hoge Raad aan dat het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel volledig aan hem is toegerekend, terwijl meerdere personen bij de kwekerij betrokken waren.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legde de man een betalingsverplichting op van ruim €7.087,50 — het volledig geschatte voordeel uit de verkoop van hennepstekken. De kwekerij bevond zich op een perceel bij een chalet aan de rand van een bungalowpark, waar de man samen met zijn partner en anderen verbleef. Uit de zaak bleek dat naast de man ook zijn partner, zijn neef en een derde persoon strafrechtelijk veroordeeld zijn voor betrokkenheid bij dezelfde hennepkwekerij.

Voor het hof voerde de verdediging aan dat het voordeel pondspondsgewijs verdeeld had moeten worden over alle betrokkenen. Drie medeverdachten werden met naam en toenaam benoemd: de partner van de man, zijn neef — die zelfs onherroepelijk was veroordeeld voor medeplegen — en een vierde persoon die tijdens de politie-inval op slechts vijf meter van het schuurtje was aangetroffen. De raadsman wees daarbij op vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat bij de ontneming moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene concreet en individueel heeft behaald.

Het hof verwierp dit verweer. Het redeneerde dat uit het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting kon blijken hoe de winst eventueel tussen de betrokkene en zijn mededaders was verdeeld. De stelling van de verdediging bleef volgens het hof te vaag en te weinig geconcretiseerd, zodat een andere verdeling niet aannemelijk was geworden. Het volledige voordeel werd daarom volledig aan de man toegerekend.

In cassatie klaagt de verdediging dat dit oordeel onjuist, althans onbegrijpelijk is. Daarvoor worden drie argumenten aangevoerd: het hof heeft zelf in de hoofdzaak vastgesteld dat sprake was van medeplegen; er zijn daadwerkelijk meerdere andere personen onherroepelijk veroordeeld voor betrokkenheid bij dezelfde kwekerij; en de Hoge Raad heeft als uitgangspunt geformuleerd dat bij ontneming moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Als meerdere daders gezamenlijk voordeel haalden, moet eerst worden geprobeerd ieders individuele voordeel te schatten — en anders moet pondspondsgewijze verdeling plaatsvinden.

De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad, die in deze zaak adviseert, beoordeelt of het hof het verweer op voldoende begrijpelijke wijze heeft verworpen en of de volledige toerekening aan één verdachte standhoudtgelet op de vastgestelde betrokkenheid van anderen. De Hoge Raad moet nog definitief beslissen; de conclusie strekt tot een inhoudelijke beoordeling van de klachten over de toerekening van het hennepvoordeel.

Betrokken advocaten

mr. R.J. Baumgardt

betrokkene

Baumgardt Strafcassatie Advocatuur, ROTTERDAM

mr. M.J. van Berlo

betrokkene

Baumgardt Strafcassatie Advocatuur, ROTTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/02048

ECLI

ECLI:NL:PHR:2026:349

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken