Juristi.nl
ECLI:NL:PHR:2026:366Strafrecht

AG adviseert Hoge Raad: appel was tijdig ingesteld ondanks fout parketnummer — PHR:2026:366

ontvankelijkheid hoger beroep / appeltermijn strafrecht

Eiser / verzoeker

verdachte (geboren 1993)

VS

Verweerder / gedaagde

Openbaar Ministerie

AG concludeert tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof en terugwijzing voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

  • Tijdig ingediende volmacht met verkeerd parketnummer geldt als tijdig ingesteld hoger beroep als de bedoelde uitspraak voldoende bepaalbaar is
  • De wet verplicht niet tot vermelding van een parketnummer bij het instellen van hoger beroep
  • Het hof paste ten onrechte de datum van de herstelde appelakte (24 maart) toe als datum van instelling, terwijl de volmacht al op 15 maart — binnen de termijn — was ingediend
  • AG volgt lijn uit HR-arrest 2019: kennelijke verschrijving in volmacht tast tijdigheid hoger beroep niet aan als zaak voldoende identificeerbaar is
  • Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase heeft bij verwijzing geen zelfstandige gevolgen

Samenvatting

Een man uit Zeeland-West-Brabant werd in maart 2023 door de kantonrechter veroordeeld wegens rijden zonder rijbewijs. Hij wilde in hoger beroep, maar zijn advocaat maakte een fout: in de volmacht voor het instellen van hoger beroep stond een verkeerd parketnummer. Daardoor dreigde het hoger beroep te stranden op een puur administratieve vergissing.

De advocaat stuurde de machtiging op 15 maart 2023 — tijdig, want de wettelijke termijn bedraagt veertien dagen na de uitspraak van 1 maart 2023. In de brief stond echter een verkeerd zaaknummer: het nummer verwees naar een eerder vonnis tegen dezelfde verdachte uit 2022. Nadat de griffie dit opmerkte, stuurde de advocaat op 24 maart 2023 een herstelverzoek. Diezelfde dag maakte de griffie een nieuwe akte op met het juiste parketnummer.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde de verdachte vervolgens niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Het hof redeneerde dat de appelakte van 24 maart 2023 als datum van instelling gold, en dat was buiten de termijn van veertien dagen. Dat oordeel berustte op een formele lezing van de situatie.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad, M.E. van Wees, concludeert dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Zij verwijst naar een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2019, waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was. In die zaak had de raadsman ook een verkeerd parketnummer in een tijdig ingediende volmacht gezet. De Hoge Raad oordeelde toen dat het voor alle procesdeelnemers duidelijk moest zijn geweest tegen welk vonnis hoger beroep werd ingesteld, en dat sprake was van een kennelijke verschrijving.

De AG past die redenering toe op de huidige zaak. De volmacht van 15 maart 2023 vermeldde duidelijk dat het hoger beroep was gericht tegen een vonnis van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant van 1 maart 2023, op naam van de verdachte. Dat op die dag nog een ander vonnis tegen hem was gewezen, is niet gebleken. De wet schrijft bovendien niet voor dat bij een hoger beroep een parketnummer wordt vermeld. Het verkeerde nummer was dus bijzaak — de kern van de volmacht was helder genoeg.

De AG erkent dat de situatie iets afwijkt van het arrest uit 2019, omdat het verkeerde parketnummer in dat geval verwees naar een vrijspraak — en hoger beroep tegen vrijspraken is wettelijk niet mogelijk — wat een extra aanwijzing was dat het om een vergissing ging. Dat element ontbreekt hier: het verkeerde nummer verwees naar een veroordeling uit 2022, niet naar een vrijspraak. Toch concludeert de AG dat ook in dit geval voor alle betrokken partijen duidelijk moet zijn geweest welk vonnis werd bedoeld.

Tevens wijst de AG erop dat de behandeling in cassatie meer dan twee jaar heeft geduurd, waarmee de redelijke termijn als bedoeld in het EVRM is overschreden. Omdat zij tot vernietiging en terugwijzing concludeert, kan dit bij de nieuwe behandeling door het hof aan de orde worden gesteld.

De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en terugwijzing, zodat het hoger beroep van de verdachte alsnog inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Betrokken advocaten

mr. A.M.J. Joris

verdachte

Joris & De Graaff Strafrechtadvocaten, BREDA

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

23/04019

ECLI

ECLI:NL:PHR:2026:366

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken