Juristi.nl
ECLI:NL:RBALK:2012:BY1186Bestuursrecht

ECLI:NL:RBALK:2012:BY1186, Rechtbank Alkmaar, 18-10-2012, 12/1932 — RBALK:2012:BY1186

Samenvatting

Afwijzing van de verzoeken om een voorlopige voorziening hangende de bezwaren gericht tegen de besluiten waarbij het café onder toepassing van bestuursdwang is gesloten en de besluiten waarbij de aan hen verleende exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunningen zijn ingetrokken. Aan de besluiten hebben verweerders de bestuurlijke rapportage van 16 juli 2012 van de Regiopolitie Noord-Holland noord ten grondslag gelegd. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het oordeel verzoekers te volgen in hun stelling dat verweerders niet van de inhoud van de bestuurlijke rapportage mogen uitgaan. De inhoud van de rapportage bezien naast de door verzoekers overgelegde processen-verbaal biedt geen grond voor de stelling dat in de bestuurlijke rapportage een onjuiste althans tendentieuze samenvatting van hetgeen hun dochter tegenover de politie heeft verklaard, zou zijn opgenomen. De burgemeester van Medemblik heeft zich gelet op de inhoud van de rapportage terecht bevoegd geacht handhavend op te treden. Het besluit is genomen in overeenstemming met het beleid, dat niet kennelijk-onredelijk wordt geacht. Geen sprake van omstandigheden op grond waarvan de burgemeester van sluiting van het café voor de duur van een jaar had moeten afzien. Gelet op de inhoud van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester zich op standpunt kunnen stellen dat openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed en dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:6, aanhef en onder b, van de APV. De burgemeester was voorts bevoegd tot intrekking van de exploitatievergunning over te gaan op grond van artikel 1:6, aanhef en onder c, van de APV omdat niet langer werd voldaan aan de onder nummer 6 aan de vergunning verbonden voorwaarde. De omstandigheid dat verzoekers veel investeringen hebben gedaan om het drugsprobleem het hoofd te bieden maakt neit dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken en aldus het belang van de openbare orde heeft mogen laten prevaleren. Burgemeester en wethouders hebben zich voorts op het standpunt mogen stellen dat zich in het café feiten hebben voorgedaan als bedoeld in artikel 31, eerste lid, aanhef en onder d, van de DHW en de vergunning kunnen intrekken. Een belangenafweging is gelet op de formulering van genoemd artikel terecht achterwege gelaten.

Betrokken advocaten

mr. W.S. Zorg

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 oktober 2012

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

12/1932

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:RBALK:2012:BY1186

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Gemeente Schagen weigert permanente bewoning recreatiewoning in Dirkshorn
Rechtbank Noord-Holland·25 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2942
Rechtbank Noord-Holland·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2781
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2808
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:3119
Rechtbank Noord-Holland·18 maart 2026
Bestuursrecht