ECLI:NL:RBAMS:2014:100, Rechtbank Amsterdam, 16-01-2014, AWB 12-3279 en AWB 12-3282 — RBAMS:2014:100
Samenvatting
Intrekking bijstandsuitkering, gezamenlijke huishouding, hoofdverblijf, getuigenverklaringen Verweerder heeft de uitkering van eiser ingetrokken omdat zijn partner in de periode in geding tevens hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en er dus sprake was van een gezamenlijke huishouding. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld het motiveringsgebrek ten aanzien van de aan het besluit ten grondslag gelegde getuigenverklaringen te herstellen. Verweerder heeft een aantal getuigen opnieuw gehoord. De rechtbank is van oordeel dat uit de nieuwe getuigenverklaringen thans voldoende mate blijkt op welke periode zij betrekking hebben en uit welke wetenschap de getuigen verklaren. De getuigenverklaringen en de gegevens over het water- en energieverbruik, in onderlinge samenhang bezien, bevatten voldoende concrete feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de partner van eiser in de periode in geding haar hoofdverblijf op het uitkeringsadres had.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:8177, Rechtbank Amsterdam, 16-10-2025, C/13/776958 / FA RK 25/7792
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4458, Rechtbank Amsterdam, 20-06-2025, C/13/770727 / KG ZA 25-450
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4417, Rechtbank Amsterdam, 25-03-2025, 766181 / FA RK 25.1952
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7580, Rechtbank Amsterdam, 25-04-2024, 748827 – FA RK 24/2237
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2014
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 12-3279 en AWB 12-3282
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2014:100