ECLI:NL:RBAMS:2015:375, Rechtbank Amsterdam, 28-01-2015, C/13/576594 / KG ZA 14-1482 — RBAMS:2015:375
Samenvatting
Geschil over uitvoering samenwerkingsovereenkomst tussen in Nederland gevestigde eiser en in de USA gevestigde gedaagde. Beroep op onbevoegdheid voorzieningenrechter. Artikel 6 sub a Rv. Artikel 1074d Rv. Geoordeeld wordt dat nu de overeenkomst in Nederland moet worden uitgevoerd, de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub a Rv rechtsmacht toekomt. Gedaagde heeft verder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde voorzieningen (tijdig) in arbitrage kunnen worden verkregen, zodat ook artikel 1074d Rv niet aan bevoegdheid van de voorzieningenrechter in de weg staat. De vordering wordt afgewezen nu nader feitelijk onderzoek vereist is naar de gegrondheid daarvan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2022:6565, Rechtbank Midden-Nederland, 28-04-2022, C/16/535543 / KG ZA 22-92
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2020:2016, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2020, 200.268.284/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2018:4668, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-11-2018, 200.207.257_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2017:5026, Rechtbank Amsterdam, 14-07-2017, KG ZA 17-138 MvdV/MB
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2015
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/13/576594 / KG ZA 14-1482
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2015:375