ECLI:NL:RBAMS:2016:422, Rechtbank Amsterdam, 26-01-2016, 13.067087.02 — RBAMS:2016:422
Samenvatting
De rechtbank overweegt dat de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zeven maanden heeft geduurd en dat de terbeschikkinggestelde inmiddels zelfstandig woont en werk heeft gevonden, waar hij na beëindiging van de maatregel kan blijven werken. De terbeschikkinggestelde heeft laten zien dat hij zich – boven verwachting – goed staande kan houden in de maatschappij. De terbeschikkinggestelde is in de periode dat hij onder toezicht stond van de reclassering volledig betrouwbaar en transparant gebleken. Er is niet gebleken van incidenten en heeft hij zich steeds gehouden aan alle gestelde voorwaarden en meegewerkt aan het toezicht door de reclassering. Er is gelet op de rapportages en het verhandelde in raadkamer geen enkele aanleiding om te oordelen dat hij zonder begeleiding zal terugvallen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan de ratio van artikel 509t, tweede lid, Sv. Door afwijzing van de vordering tot verlenging is van een abrupte terugkeer in de maatschappij derhalve geen sprake.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2022:5321, Rechtbank Midden-Nederland, 13-12-2022, 16/028160-22
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2022:2307, Rechtbank Midden-Nederland, 17-06-2022, 16.248406.20 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2018:800, Rechtbank Midden-Nederland, 06-03-2018, 16/653273-17 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:5649, Rechtbank Midden-Nederland, 13-11-2017, 16-660084-16 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 januari 2016
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13.067087.02
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2016:422