ECLI:NL:RBAMS:2018:3135, Rechtbank Amsterdam, 08-05-2018, AMS 17/1315 — RBAMS:2018:3135
Samenvatting
De rechtbank ziet aanleiding te oordelen dat het beroep van eiser ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Het verzet is gegrond. De rechtbank doet op grond van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb niet alleen uitspraak op het verzet, maar ook op het beroep. Gelet op de betwisting van de ontvangst van het bezwaarschrift door de heffingsambtenaar, was het aan eiser om de verzending daarvan aannemelijk te maken. De rechtbank stelt vast dat eiser na genoemde betwisting door de heffingsambtenaar geen verzendbewijzen zoals vermeld in zijn bewijsaanbod in het geding heeft gebracht. Nu ook op andere wijze niet is komen vast te staan dat eiser het bezwaarschrift heeft verzonden, moet ervan worden uitgegaan dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk.
Betrokken advocaten
mr. J.M.C. Niederer
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2024:4979, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-07-2024, 21/5006
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1762, Gerechtshof Amsterdam, 06-07-2023, 22/00536
Gerechtshof Amsterdam · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:5445, Rechtbank Amsterdam, 17-08-2022, 21/4305
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2022:4718, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-08-2022, BRE 22_677_678
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 mei 2018
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AMS 17/1315
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:3135