ECLI:NL:RBAMS:2024:1425, Rechtbank Amsterdam, 01-03-2024, - — RBAMS:2024:1425
Samenvatting
Geen verschoningsrecht belastingadviseur in strafrechtelijk onderzoek. De officier van justitie heeft vorderingen ingediend tot het horen van personen die in het verleden en het heden aan verdachten fiscale rechtsbijstand hebben verleend, aanvankelijk als belastingadviseur en later als advocaat. De omstandigheid dat deze personen de verdachten in fiscale gerechtelijke procedures en anderszins bijstaan staat er niet aan in de weg dat zij als getuigen in de strafzaak kunnen worden gehoord. De aankondiging dat de belastingadviseurs / advocaten een beroep zullen doen op een hun direct toekomend wettelijk verschoningsrecht, dan wel een afgeleide of informele vorm daarvan, kan niet leiden tot afwijzing van de vorderingen. Of een getuige met succes een beroep kan doen op een verschoningsrecht, moet per gestelde vraag worden beoordeeld. In het belastingrecht is op grond van het fair play beginsel aangenomen dat belastingadviseurs een informeel verschoningsrecht hebben ten aanzien van rapporten en andere geschriften van derden voorzover zij ten doel hebben de fiscale positie van een belastingplichtige te belichten of hem daarover te adviseren. Het ligt in de rede dat dit informele verschoningsrecht zich ook uitstrekt tot door een belastingadviseur in een fiscale procedure als getuige af te leggen verklaringen. Daar staat tegenover dat het vaste rechtspraak is dat aan de belastingadviseur in een strafrechtelijke procedure geen verschoningsrecht toekomt. De (gewezen) belastingadviseur kan zich niet ten overstaan van de strafrechter van het afleggen van getuigenis verschonen. Deze door de Hoge Raad gegeven regels kunnen alleen met elkaar worden verenigd door te bepalen en te waarborgen dat door getuigen tijdens de verhoren afgelegde verklaringen over de fiscale positie van hun cliënten en hun advisering daarover uitsluitend mogen worden gebruikt in de onderhavige strafzaken. Indien de verklaringen desondanks zouden worden gebruikt voor doeleinden van belastingheffing, dan komt het oordeel welk gevolg moet worden verbonden aan schending van deze restrictie, toe aan de rechter die over de belastingheffing beslist (vgl. Hoge Raad 24-1-2014, ECLI:NL:HR:2014:161).
Betrokken advocaten
Clifford Chance, AMSTERDAM
Clifford Chance, AMSTERDAM
mr. J. van den Bosch
mr. G. De
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3656, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.332.645
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:3655, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.323.319
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:3657, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.332.642
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2394, Gerechtshof Amsterdam, 16-09-2025, 200.348.624
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
1 maart 2024
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
-
Procedure
Beslissing RC
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:1425