ECLI:NL:RBAMS:2024:6476, Rechtbank Amsterdam, 23-10-2024, C/13/701248 / HA ZA 21-421 — RBAMS:2024:6476
Samenvatting
De vraag is of Heineken en AB (een Griekse (achter)kleindochter van Heineken) aan te merken zijn als een onderneming (undertaking) in de zin van artikel 102 VWEU. In het kader van de bevoegdheid van deze rechtbank zijn door de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. De rechtbank oordeelt dat op die uitspraak niet hoeft te worden gewacht. De rechtbank komt op grond van een hele serie uitspraken van het HvJEU en de feitelijke gang van zaken tot het oordeel dat Heineken en AB inderdaad deel uitmaken van dezelfde economische eenheid en dus van dezelfde onderneming in de zin van het mededingingsrecht. Heineken is hoofdelijk aansprakelijk voor het misbruik van machtspositie dat ten aanzien van AB reeds door de Griekse mededingingsautoriteit is vastgesteld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:3282, Gerechtshof Amsterdam, 26-11-2024, 200.317.145/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:3631, Rechtbank Amsterdam, 12-06-2024, C/13/686493 / HA ZA 20-697
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:7822, Rechtbank Amsterdam, 06-12-2023, C/13/701248 / HA ZA 21-421
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Mededingingsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:6557, Rechtbank Amsterdam, 21-06-2023, C/13/701248 / HA ZA 21-421
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Mededingingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 oktober 2024
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; MededingingsrechtZaaknummer
C/13/701248 / HA ZA 21-421
Procedure
Tussenuitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:6476