ECLI:NL:RBAMS:2025:10995, Rechtbank Amsterdam, 02-12-2025, 25-023914 — RBAMS:2025:10995
Samenvatting
Beslissing tot niet-ontvankelijkheid van de bezwaarde inzake bezwaarschrift op grond van artikel 182, lid 6, Sv. Het bezwaar richt zich tegen de weigering van de rechter-commissaris de door de bezwaarde gewenste onderzoekshandelingen te verrichten c.q. te gelasten. De bezwaarde stelt dat het Openbaar Ministerie reeds nog geen kennisgeving als bedoeld in artikel 238 lid 2 Sv heeft doen uitgaan. De rechtbank is van oordeel dat er wel een kennisgeving door het Openbaar Ministerie is doen uitgaan en verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:505. Nadere overwegingen van de rechtbank omtrent het (erg) vroege stadium waarin het Openbaar Ministerie deze kennisgeving heeft afgegeven, hetgeen mogelijk een impasse in de voortgang van het onderzoek zou kunnen doen ontstaan, hetgeen een doelmatige en efficiënte behandeling van de strafzaak zou kunnen tegenwerken.
Betrokken advocaten
Jaeger Advocaten-belastingkundigen, AMSTERDAM
Vis & Van Reydt Advocaten, AMSTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2026:75, Rechtbank Overijssel, 09-01-2026, 71.098063.24 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8130, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-12-2025, 21-003255-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7308, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2025, anoniem
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:1875, Rechtbank Den Haag, 12-02-2025, 09/352657-24 en 09/232766-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 december 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
25-023914
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:10995