ECLI:NL:RBAMS:2025:7877, Rechtbank Amsterdam, 23-07-2025, AMS 24/3832 — RBAMS:2025:7877
Samenvatting
De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming, omdat in het bestreden besluit zowel feit 1 als feit 2 onder de b-grond van paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan eiser worden tegengeworpen. De rechtbank overweegt dat de korpschef de strafbeschikking niet heeft kunnen tegenwerpen onder de a-grond van paragraaf 3.3 van de Beleidsregels omdat dit feit buiten de terugkijktermijn van vier jaren valt. De rechtbank is van oordeel dat de korpschef dan vervolgens niet kan kiezen om de onderliggende gedragingen van de strafbeschikking alsnog onder de b-grond tegen te werpen. Dit omdat de b-grond een andere terugkijktermijn heeft en de korpschef via deze weg de terugkeertermijn van de a-grond (vier jaar bij een strafbeschikking) in wezen omzeilt. Het beroep is gegrond, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.
Betrokken advocaten
mr. P.M.L. van der Schot
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:194, Raad van State, 14-01-2026, 202407738/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9221, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, BRE 25/5451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6146, Raad van State, 17-12-2025, 202406255/2/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5317, Raad van State, 05-11-2025, 202300595/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juli 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AMS 24/3832
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:7877