ECLI:NL:RBAMS:2026:2540, Rechtbank Amsterdam, 12-03-2026, 13-343463-25 — RBAMS:2026:2540
Samenvatting
Vervolgings-EAB Polen. Tussenuitspraak. Artikel 7 OLW. Feiten zijn dubbel strafbaar. Artikel 6 OLW. Gelijkstellingsverweer verworpen. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Poolse remand regimes. T.a.v. de opgeëiste persoon wordt gegarandeerd dat hij na zijn overlevering wordt gedetineerd in een cel met 4 m2 aan persoonlijke leefruimte, exclusief sanitaire voorzieningen. Uit het Dorobantu-arrest (Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857) blijkt dat wanneer een gedetineerde in een meerpersoonscel beschikt over 3 à 4 m2 persoonlijke leefruimte kan worden geconcludeerd dat sprake is van een schending van artikel 3 EVRM indien het gebrek aan ruimte gepaard gaat met andere slechte materiële detentieomstandigheden. Wanneer een gedetineerde beschikt over meer dan 4 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel en dit aspect van de materiële detentieomstandigheden dus geen problemen oplevert, blijven de andere aspecten van deze omstandigheden relevant voor de beoordeling of de detentieomstandigheden van de betrokkene adequaat zijn in het licht van artikel 3 EVRM. T.a.v. de opgeëiste persoon wordt dus niet gegarandeerd dat hij in een cel met meer dan 4 m2 persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire voorzieningen wordt gedetineerd, waardoor de rechtbank zal ingaan op de materiële detentieomstandigheden om te kunnen beoordelen of het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Voordat de rechtbank toekomt aan deze beoordeling, ziet zij allereerst aanleiding om terug te komen op eerder genomen beslissingen waarin een garantie was verstrekt van (minimaal) 4 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpercoonscel en de overlevering vervolgens is toegestaan zonder verdere toetsing of de opgeëiste persoon voldoende tijd per dag buiten zijn cel kan verblijven. Deze beslissingen berustten immers op een onjuiste uitleg van het Dorobantu-arrest. De rechtbank gaat vervolgens in op de materiële detentieomstandigheden. Op basis van de verstrekte informatie kan de rechtbank niet vaststellen dat de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden voldoende tijd buiten de cel kan verblijven, indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen. Er ontbreekt informatie over de tijdsduur van de activiteiten in de gemeenschappelijke ruimte waaraan de opgeëiste persoon twee keer per week kan deelnemen. De gegeven informatie is op dit moment onvoldoende concreet om voor de opgeëiste persoon het algemene reële gevaar uit te sluiten. Het onderzoek ter zitting wordt heropend om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen.
Betrokken advocaten
mr. A.L. Wagenaar
openbaar ministerie
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1338, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2026, 1310736824
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1335, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2026, 1325996325
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1336, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2026, 1328995925
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:733, Rechtbank Amsterdam, 29-01-2026, 13-299851-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Strafrecht; Europees StrafrechtZaaknummer
13-343463-25
Procedure
Tussenuitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2540