Rechtbank spreekt jongeman vrij na mishandeling: noodweer bij baksteen-aanval — RBAMS:2026:3057
noodweer / mishandeling met zwaar lichamelijk letsel / openlijke geweldpleging
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 2004)
Verdachte volledig vrijgesproken van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel en openlijke geweldpleging wegens geslaagd beroep op noodweer.
- Rechtbank acht de lezing van verdachte en medeverdachte — dat aangever als eerste met baksteen sloeg — niet onaannemelijk op basis van getuigenverklaringen.
- Noodweerverweer slaagt: er was sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lichaam van de medeverdachte met een baksteen.
- Aan zowel het subsidiariteits- als proportionaliteitsvereiste is voldaan: verdachte had geen andere uitweg en sloeg met blote handen tegenover een gewapende aanvaller.
- Geslaagd beroep op noodweer ontneemt het geweld zijn wederrechtelijk karakter, waardoor mishandeling in de zin van artikel 300 Sr niet bewezen kan worden verklaard.
- Verdachte volledig vrijgesproken van zowel mishandeling met zwaar lichamelijk letsel (feit 1) als openlijke geweldpleging (feit 2).
Samenvatting
Op een zomeravond in juni 2025 voeren een man, zijn zwager en zijn gezin — inclusief drie jonge kinderen van vijf jaar, twee jaar en anderhalve maand oud — in een motorbootje over de Weespertrekvaart in Diemen. Toen zij de woonboot van een andere man passeerden, ontstond er golfslag. Die man werd zo kwaad dat hij een baksteen in de richting van het bootje gooide en vervolgens met nog een baksteen in zijn hand achter de boot aan begon te fietsen.
De bestuurder van het bootje besloot aan te meren en stapte aan wal om de dreigende situatie te stoppen. Hij wilde de man overhalen de baksteen neer te leggen en pakte diens zonnebril af als drukmiddel. Maar in plaats van de steen los te laten, begon de woedende man — aldus de verklaringen van de zwagers — met de baksteen op het hoofd en lichaam van de bestuurder in te slaan.
Vanaf de boot zag de twintigjarige zwager wat er gebeurde. Hij sprong in het water, klom op de kade en sloeg de aanvaller met blote handen, waarna hij de baksteen afpakte. Het slachtoffer liep bij het incident zwaar letsel op: zijn linker oorlel was er volledig af. De aanvaller verklaarde zelf dat hij juist als eerste werd geslagen. Twee getuigen zagen delen van het incident, maar konden niet vaststellen wie de eerste klap had gegeven.
Het Openbaar Ministerie vervolgde de jonge zwager voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en openlijke geweldpleging. De officier van justitie betoogde dat een beroep op noodweer niet kon slagen, omdat er geen noodzaak tot verdediging was en er ook geen sprake was van de vereiste hevige gemoedsbeweging.
De rechtbank zag dat anders. Zij stelde vast dat de lezing van de verdachte en zijn zwager — dat de aanvaller als eerste met de baksteen insloeg — niet onaannemelijk was en niet kon worden uitgesloten op basis van de getuigenverklaringen. Omdat die lezing niet weerlegd kon worden, moest de rechtbank daarvan uitgaan.
Op basis daarvan oordeelde de rechtbank dat er wel degelijk sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van het lichaam van de zwager. De verdachte had geen andere keuze dan in te grijpen — aan het subsidiariteitsvereiste was voldaan. Ook de manier waarop hij dat deed, met blote handen slaan tegenover iemand die met een baksteen om zich heen sloeg, stond in redelijke verhouding tot de ernst van de aanval. Aan de proportionaliteitseis was daarmee eveneens voldaan.
De rechtbank sprak de verdachte volledig vrij van beide ten laste gelegde feiten. Omdat het geslaagde beroep op noodweer het geweld zijn wederrechtelijk karakter ontneemt, kon mishandeling niet worden bewezen. Ook van openlijke geweldpleging werd hij vrijgesproken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:7441, Rechtbank Midden-Nederland, 02-10-2025, 16/349715-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5496, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-09-2025, 21-000603-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:10743, Rechtbank Rotterdam, 29-08-2025, 10-136850-24 en 08-199655-22
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:4464, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-07-2025, 21-001297-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13/205921-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3057